Navigation – Plan du site

AccueilPublicationsCollection générale2025De rol van bedelen in de overlevi...

2025
207

De rol van bedelen in de overlevingsstrategieën van Brusselse straatbewoners

Le rôle de la mendicité dans les stratégies de survie des habitants de la rue à Bruxelles
The role of begging in the survival strategies of Brussels street people
Stef Adriaenssens, Mieke Schrooten et Bert De Bock
Traduction(s) :
Le rôle de la mendicité dans les stratégies de survie des habitants de la rue à Bruxelles [fr]
The role of begging in the survival strategies of Brussels street people [en]

Résumés

La vie des publics vulnérables est souvent mal documentée, privant les autorités et les organisations d’informations fiables pour élaborer une politique adaptée à leurs besoins. Les personnes qui vivent dans la rue forment une population vulnérable et cachée. Certaines mendient mais cette activité, pourtant prompte à déclencher de vifs débats, reste dans l’angle mort de la recherche scientifique. Dans cette contribution, nous analysons six années de données individuelles enregistrées par l’ASBL bruxelloise Diogenes, un service de travail de rue, afin de mieux comprendre le rôle de la mendicité dans la vie des habitants de la rue. Nous examinons quelles caractéristiques de ce groupe sont corrélées au recours à la mendicité. L’analyse montre que certaines formes de vulnérabilité ou d’exclusion – comme l’absence de revenus, une addiction ou l’origine rome – augmentent le risque de mendicité. C’est d’autant plus vrai pour les personnes qui souffrent de troubles psychiques ou d’une addiction, qui appartiennent à la minorité rome et, plus encore, qui ne disposent d’aucun autre revenu. Dans ce contexte, la mendicité semble être surtout une activité de survie : une source de revenu flexible, quand d’autres options semblent difficilement accessibles. Cette étude montre toute l’utilité de pouvoir accéder à des données disponibles mais sous-exploitées, afin d’élaborer et d’évaluer les politiques ciblant les plus vulnérables. Nous plaidons pour une approche systématique de la collecte et de l’analyse des données dans le cadre de la politique sociale et du travail social.

Haut de page

Notes de la rédaction

Om de figuren in een betere resolutie te bekijken, raadpleegt u het artikel online en klikt u op “Origineel” onder elke figuur.

Texte intégral

Inleiding

1Ruim dertig jaar geleden, op 1 maart 1993, werd in België de eeuwenoude wettelijke strafbaarheid van bedelarij en thuisloosheid opgeheven. Ondanks het decriminaliseren, blijft het fenomeen van bedelen regelmatig de gemoederen beroeren. Zeker in steden als Brussel, waar de aanwezigheid van bedelende mensen zichtbaar is in het straatbeeld, leidt deze confrontatie geregeld tot hevige politieke en maatschappelijke discussies. De commotie omtrent de invoering van een verbod op bedelen in de aanwezigheid van kinderen onder de 16 jaar in de stad Brussel (2022) is hier een recent voorbeeld van [Schrooten et al., 2023]. Nog verregaander is dat sommigen het debat over de criminalisering van thuisloosheid en bedelarij willen heropenen [Dive, 2024].

2Debatten over bedelarij gaan dikwijls over de – vaak veronderstelde – link tussen bedelarij en criminaliteit of onveiligheid. Maar vaker nog wordt bedelen als storend, ongepast of ongewenst beschouwd, los van enige impact op de openbare orde [Colombo et al., 2016; de Coulon et al., 2015; Hermer, 2019]. Tegelijk is bedelen sterk geassocieerd met extreme armoede en het debat daarover, onder meer met betrekking tot de mate waarin mensen die bedelen daadwerkelijk in precaire armoede verkeren. Sommigen zien bedelarij vooral als een gemakkelijke manier om een inkomen te vergaren, terwijl anderen het beschouwen als een overlevingsstrategie van mensen die nauwelijks andere opties hebben [Flåto en Johannessen, 2010; McIntosh en Erskine, 2000]. Het begrip “overlevingsactiviteiten” als concept wordt vaak gebruikt in de literatuur [Deckard en Auyero, 2022; Nunez Basante, 2023; Ojebuyi en Ajao, 2023], maar zelden expliciet gedefinieerd. In de context van dit onderzoek verwijst het naar activiteiten die mensen en gemeenschappen onderaan de inkomensladder verrichten om in hun levensonderhoud te voorzien. Deze activiteiten vinden vaak plaats in de informele economie [Portes, 2010; Venkatesh, 2006], en zijn vaak gecriminaliseerd [Wacquant, 2009].

3Dat aspect van criminalisering lijkt ook in het debat over bedelarij een terugkerend thema. Al te vaak lijkt het debat een spagaat tussen bedelarij als bedreiging voor de veiligheid en bedelarij als kanarie in de koolmijn die armoede heet. Kortom, de tegenstelling tussen de beeldvorming van de bedelaar als ongenode gast dan wel als slachtoffer van uitsluiting. De uiteenlopende claims die worden gemaakt in discussie over bedelarij en mensen die bedelen, bijvoorbeeld over de achtergrond, motivatie en het inkomen van bedelaars, zijn heel divers en vaak onverenigbaar [Donovan, 2008; Fitzpatrick en Jones, 2005]. Overigens moet “inkomen” in deze context ruim opgevat worden: bedelen levert niet alleen geld op, maar ook giften in natura zoals sigaretten, voedsel of kleding [Adriaenssens en Hendrickx, 2011; Reinhard, 2023].

4Opvallend is dat het debat over bedelen vaak met een heel grote stelligheid wordt gevoerd, terwijl er weinig goed onderbouwde kennis is rond mensen die bedelen [Adriaenssens en Soare, 2023; Leeson en Hardy, 2022]. De groep van mensen die bedelen behoort tot wat in de literatuur een “verborgen” of “moeilijk te bereiken” (hard to reach) populatie wordt genoemd [Adhikari en Bryant, 2018; Tourangeau, 2019; Wallengren, 2021]. Verborgen populaties zijn groepen waarover niet veel systematische en betrouwbare evidentie bestaat, alleszins niet op basis van bestaand bevolkingsonderzoek. Dat hangt samen met het feit dat vele van deze verborgen populaties aan de onderkant van de samenleving staan [Cobham, 2020]. Enkele voorbeelden van mensen die ondervertegenwoordigd of afwezig zijn in mainstream bevolkingsonderzoek zijn zij die in absolute armoede verkeren, daklozen of mensen zonder geldige verblijfsvergunning. Naast het verborgen karakter van de groep en de activiteit, kan een andere reden voor het gebrek aan kennis liggen in de illegale of gestigmatiseerde aard van hun activiteiten. Van mensen die bedelen kan inderdaad ook gezegd worden dat ze een verborgen populatie uitmaken die een weinig gewaardeerde activiteit uitoefenen.

5Welke kennis hebben we over bedelarij in Brussel? Het vroegere systematische onderzoek over bedelarij in Brussel, inmiddels bijna twintig jaar oud [Adriaenssens en Hendrickx, 2011; Clé en Adriaenssens, 2007], is een vragenlijstonderzoek. Dit onderzoek werd grotendeels gerepliceerd in 2021-2022 [Adriaenssens en Soare, 2023; Soare et al., 2025]. Dit onderzoek documenteerde dat, in de periode van het onderzoek, de leefomstandigheden en achtergrond van mensen die bedelen fundamenteel verschilden tussen twee groepen. Er was een overwegend mannelijke, dakloze lokale bevolking van bedelaars enerzijds en Roma-bedelaars, meestal vrouwen, die onlangs uit Roemenië migreerden anderzijds. Deze laatsten werden soms vergezeld door kinderen, en bleven vaak pendelen tussen beide landen (zie ook [Geurts, 2015]). In de voorbije twintig jaar is er echter veel veranderd. Denk maar aan de verdere uitbreiding van de EU en een toename en diversificatie in migratiestromen [Vandekerckhove et al., 2022]. Deze ontwikkelingen hebben naar alle verwachting ook een impact gehad op Brussel, en ook op de populatie die er bedelt. Dat wordt ook bevestigd door actoren uit het sociale werkveld. Ondanks een recent vragenlijstonderzoek [Adriaenssens en Soare, 2023; Soare et al., 2025], blijft er op meerdere vlakken een kloof tussen betrouwbare informatie en wetenschappelijk onderzoek en het maatschappelijk debat over mensen die bedelen in Brussel.

6In het licht van deze kloof tussen de beschikbaarheid van en de nood aan gegevens, en gezien de moeilijkheid om groepen zoals mensen die bedelen daadwerkelijk te bereiken, lijkt de beste aanpak er een te zijn waarbij meerdere strategieën elkaar aanvullen. Om te beginnen is er nood aan pluralisme in methoden, waarbij zowel kwalitatieve technieken (zoals diepte-interviews en participerende observatie) als kwantificerend onderzoek (zoals vragenlijsten) worden ingezet. Bestaande administratieve of andere bronnen die mogelijk gegevens bevatten over deze groep zijn evenwel sterk onderbenut.

7In ander armoedeonderzoek worden administratieve gegevens met behoorlijk succes gebruikt om bijvoorbeeld de effectiviteit van beleid te documenteren [Meyer en Mittag, 2019; Pattaro et al., 2020]. Hier botsen we bij verborgen populaties evenwel op een paradox: groepen die niet bereikt worden door het beleid, zijn vaak ook niet geregistreerd. Administratieve data kunnen daardoor vertekend zijn, bijvoorbeeld door een lage take-up van rechten. In sociaal beleid komt het bijvoorbeeld vaak voor dat een belangrijk deel van de rechthebbenden geen uitkering krijgen of vragen [Noël, 2021; Van den Broeck et al., 2024]. Dit beperkt niet alleen de effectiviteit van beleid, maar ook de representativiteit van de gegevens [Ko en Moffitt, 2020]. Een gelijkaardig probleem doet zich voor in criminologisch onderzoek, waar slachtoffers van misdrijven niet altijd aangifte doen bij de politie [Brame et al., 2010]. Hier is het bijvoorbeeld mogelijk dat mensen in de marge een lagere bereidheid hebben om te rapporteren. Als deze uitval op voldoende schaal en niet-random gebeurt, geven deze gegevens over aangiftes of uitkeringen slechts een beperkt beeld van de beoogde populatie. Voor een verborgen populatie zoals mensen die bedelen, dreigt het gebruik van administratieve gegevens de ondervertegenwoordiging van deze verborgen groep dus gewoon te reproduceren.

8Naast directe vormen van bevraging kunnen registratiegegevens van sociaal werkers die specifiek focussen op kwetsbare groepen een waardevolle complementaire bron zijn. Zo laat het recente vragenlijstonderzoek [Adriaenssens en Soare, 2023; Soare et al., 2025] niet toe om mensen die bedelen te vergelijken met andere straatbewoners die dat niet doen. Daardoor blijven de achterliggende mechanismen en associaties onderbelicht. Met deze bijdrage willen we die lacune in de kennis rond de leefsituatie van mensen en gezinnen die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bedelen, helpen opvullen. We doen dit vanuit een analyse van de database van Diogenes vzw, een gespecialiseerde thuislozenorganisatie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Voor dit artikel analyseren we de data van de afgelopen zes jaar (2018-2023). Deze unieke bron van informatie vormt een belangrijke aanvulling op wat we al weten, vooral dan op basis van het genoemde crosssectionele surveyonderzoek [Adriaenssens en Soare, 2023; Soare et al., 2025]. De gegevens van Diogenes maken het mogelijk om veranderingen in de samenstelling van de groep bedelaars over de tijd te volgen, én om bedelende straatbewoners te vergelijken met anderen die dat niet doen.

9Een brede definitie van bedelen is het vragen om aalmoezen in de openbare ruimte [Dean en Melrose, 1999; Fitzpatrick en Kennedy, 2000]. Volgens de literatuur gebeurt dit meestal in de vorm van een eenzijdige, niet-wederkerige uitwisseling tussen degenen die bedelen en de mensen die iets geven. De technieken variëren; van het aanspreken van voorbijgangers, al dan niet met een verhaal, tot het gebruik van een bord of een beker om duidelijk te maken dat een gift gevraagd wordt van voorbijgangers. Ook de profielen van mensen die bedelen zijn divers [Bose en Hwang, 2002; Ferguson et al., 2016]. In een bredere conceptualisering worden soms ook activiteiten van straatmuzikanten of venters als bedelen beschouwd [Hawkins, 2012; Östman, 2022], omdat hun interactie met het publiek een vorm van (symbolische) marktruil impliceert. Diogenes vzw hanteert een ruime definitie van bedelen: een informele activiteit, al dan niet productief, die plaatsvindt in openbare, semiopenbare of private ruimtes, waarbij één of meer begunstigden al dan niet expliciet een beroep doen op financiële of materiële giften van voorbijgangers. Deze definitie is gebruikt bij het compileren van de data, en vormt dus het uitgangspunt van deze analyse.

10Met dit artikel willen we beter documenteren welke rol bedelen kan innemen binnen een groep mensen die in het algemeen sterk uitgesloten is. Zelfs binnen de populatie die bereikt wordt door Diogenes, bestaan er betekenisvolle verschillen in de aard en ernst van de problemen waarmee ze geconfronteerd worden. Geïnspireerd door de bestaande literatuur [bijvoorbeeld Adriaenssens en Hendrickx, 2011; Reinhard, 2023] gaan we ervan uit dat de beslissing om te bedelen er vooral een is van een gebrek aan alternatieven, bijvoorbeeld omwille van een precair verblijfsstatuut of een verslavingsproblematiek. Bij wijze van werkhypothese documenteren we dus of bepaalde vormen van uitsluiting en problemen de kans verhogen dat mensen gaan bedelen.

1. De dataverzameling vanuit Diogenes

  • 1 www.diogenes.brussels

11Diogenes1 is door het Verenigd College van de GGC erkend als straathoekwerk- en Housing First-dienst, en door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (Brussel Huisvesting) als Vereniging voor Integratie via Huisvesting (VIH). De organisatie is door de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest erkend als straathoekwerkdienst voor de begeleiding van mensen die gewoonlijk op straat leven. De organisatie stelt op dit moment rond de 45 medewerkers tewerk in diverse projecten. Een aantal van deze zijn Straathoekwerk, Housing First, Interculturele Bemiddeling, de coördinatie van het Collectief Straatdoden, Ondersteuning bij Woonst, Metro-Verbindingen, SubLINK en Zorgzame Buurt.

12Diogenes streeft ernaar om bruggen te bouwen tussen de straat en de rest van de samenleving. De doelgroep bestaat uit mensen die veel van hun tijd in de publieke ruimte doorbrengen. Om deze missie te ondersteunen, verzamelt de organisatie systematisch gegevens via drie sporen:

    • 2 Ter vergelijking: de meest recente schatting van het aantal dak- en thuislozen op één moment in het (...)

    Dagboeken van basiswerkers: Alle basiswerkers vullen dagelijks een dagboek in, waarin ze noteren wie ze waar en wanneer gezien hebben, wat ze met de persoon hebben gedaan, met welke organisaties er werd samengewerkt en aan welke netwerkvergaderingen ze hebben deelgenomen. In 2023 registreerde Diogenes op deze manier 1 451 unieke personen2;

  1. Hulpverleningsdossiers: Wanneer voldoende informatie beschikbaar is om een persoon te identificeren, wordt een dossier geopend. Dit bevat persoonlijke informatie, zoals de naam, geboortedatum, nationaliteit, geboorteplaats, gender, eerste ontmoetingsplaats...;

  2. Jaarprofielen: Jaarlijks stellen alle straathoekwerkers een profiel op van elke persoon met een hulpverleningsdossier. Dit profiel bevat een vijftigtal vragen over onder andere levenssituatie, gezondheid en verslaving, inkomen en werk, gezinssituatie, huisvesting, en administratieve situatie. Deze informatie weerspiegelt de situatie op de laatste dag van het jaar, of de laatst gekende situatie van het afgelopen jaar.

13De analyses in dit artikel zijn gebaseerd op deze laatste vorm van dataverzameling. Diogenes stelt dit jaarlijkse profiel in haar huidige vorm op sinds 2017. Deze gegevens worden verzameld op een zo betrouwbaar mogelijke manier, onder meer door vormingsmomenten voor de sociaal werkers.

14De populatie die Diogenes bereikt, is meteen de populatie die onze gegevens representeren. Het gaat om een doorgaans kwetsbare groep van mensen die veel tijd op straat of elders in de publieke ruimte doorbrengen. Niet iedereen leeft de hele tijd op straat. Zoals uit de gegevens zal blijken, slaapt ongeveer de helft van de gedocumenteerde groep in de publieke ruimte, en is ze dus volledig dakloos (zie ook Tabel 1).

Figuur 1. Aantal ingevulde dossiers van mensen die al dan niet bedelen, 2018-2023

Figuur 1. Aantal ingevulde dossiers van mensen die al dan niet bedelen, 2018-2023

Bron: Eigen verwerking van jaarprofielen van Diogenes, 2018-2023

15De gegevens van Diogenes vzw geven een uniek inzicht in de straatpopulatie van Brussel. Figuur 1 toont het aantal ingevulde dossiers van mensen die al dan niet bedelen tussen 2018 en 2023. We zien een gestage toename van het aantal geregistreerde personen. Dit kan een indicatie zijn van een groeiende groep mensen die moeten overleven op straat, en dus van een groeiende zichtbare precariteit in Brussel. Er zijn evenwel andere interpretaties mogelijk. Zo kan een verbeterde of uitgebreide aanwezigheid op straat van Diogenes of een groter aantal contacten per gewerkt uur door de sociaal werkers hetzelfde effect hebben. Doorheen de jaren van observatie is het aantal sociaal werkers die voor de organisatie werken inderdaad geëvolueerd. Opvallend is dat de stijging van het aantal ingevulde dossiers voornamelijk ligt bij mensen die niet bedelen, waardoor de proportie mensen die bedelen licht afneemt.

16Om de vele kenmerken enigszins overzichtelijk te houden en om voldoende observaties te behouden, kiezen we er in dit artikel doorgaans voor om de rijke informatie te vereenvoudigen tot variabelen met minder categorieën, vaak zelfs een dichotomie. Zo is er bij de huisvestingssituatie voor gekozen, in lijn met de ETHOS-classificatie [Edgar en Meert, 2006], om een onderscheid te maken tussen diegenen die op straat en in openbare ruimte leven zonder vaste verblijfplaats, en de anderen. De eerste, meest uitgesloten, groep komt overeen met ETHOS-categorie 1, en wordt voortaan “dakloos” genoemd. Het is ook belangrijk om op te merken dat vormen van dak- en thuisloosheid meestal erg dynamisch zijn [Elkins et al., 2024; Scutella en Wood, 2024], terwijl de dataset enkel een momentopname van de huisvestingssituatie weergeeft.

17Verder zijn van de vele nationaliteiten de meest voorkomende behouden (Belgisch, Roemeens, Pools) of gegroepeerd in een zinvolle geografische groep (Maghreb). Bij de gegevens over verslavingen en mentale problemen zijn de vele vaak subtiel verschillende problemen gehercodeerd tot de vraag of de sociaal werker het probleem heeft geobserveerd.

Tabel 1. Descriptieve statistieken

Variabele/categorie

%/mediaan

n

TOTAAL (2018-2023)

100 %

5 634

Bedelt?

37 %

2 106

Jaar

2018

12 %

683

2019

15 %

872

2020

16 %

895

2021

18 %

1 021

2022

20 %

1 101

2023

19 %

1 062

Gender

Man

68 %

3 848

Vrouw

27 %

1 526

Andere

5 %

260

Leeftijd (in jaren)

46

3 452

Roma?

18 %

994

Nationaliteit (gegroepeerd)

Belgisch

33 %

1 882

Roemeens

20 %

1 116

Pools

12 %

669

Maghreblanden

9 %

485

Andere

14 %

776

Onbekend

13 %

887

Dakloos?

56 %

3 164

Drug- of alcoholverslaving?

53 %

2 967

Mentale problemen vastgesteld?

46 %

2 591

Inkomen (gegroepeerd)

OCMW

23 %

1 284

Ziekte/invaliditeit

10 %

586

Werkloosheid/pensioen

6 %

364

Inkomen uit arbeid

4 %

245

Geen inkomen

37 %

2 083

Onbekend inkomen

19 %

1 072

18Vooraleer we dieper ingaan op de mensen die bedelen, geven we eerst een algemeen beeld van het publiek van Diogenes vzw. Tabel 1 geeft een overzicht van een aantal van hun profielkenmerken. In de verdeling van persoonlijke kenmerken, zien we dat de straatpopulatie die Diogenes bereikt dominant mannelijk is, wat in lijn is met een vaststelling in Brussel op basis van de dak- en thuislozentelling [Pierre, 2025] en in de meeste andere hoge-inkomenslanden [OECD, 2024]. Hoewel tweederde van de populatie niet Belgisch is, blijft de modale groep van de Belgisch nationaliteit. Polen en Roemenen zijn de andere vaak voorkomende nationaliteiten. Een grote minderheid is van de Roma-etniciteit. De enige nationale groep met een achtergrond uit niet-EU landen die enigszins groter is, zijn mensen uit de Maghreb, vooral dan van Marokkaanse origine. Onder de niet-Belgen bevinden zich veel mensen met een precair of ongedocumenteerd verblijfsstatuut. Voor EU-burgers is het ontbreken van een officieel adres vaak een bijkomende belemmering, zeker voor wie informeel werkt of bedelt. Dit kan leiden tot een vicieuze cirkel van uitsluiting [Aradau et al., 2013; Consoli, 2023; Debruyne, 2022].

19De sociaal werkers inventariseren een aantal achtergrondkenmerken van de populatie die van belang zullen zijn voor het vervolg van onze analyse van bedelen. Meer dan de helft van de groep is dakloos. Ongeveer de helft kampt met een alcohol- of drugverslaving. De sociaal werkers proberen ook te inventariseren of de begeleide personen bepaalde mentale problemen hebben. Bij bijna de helft van de personen wordt dit gerapporteerd. Het soort problemen varieert sterk in aard en ernst, met vaak voorkomende depressieve gevoelens en psychosen. Omdat bedelen gericht is op het verwerven van een inkomen, in geld of in natura, lijkt het logisch dat mogelijke andere bronnen van inkomsten relevant zijn in het voorspellen van deze activiteit. De verwachting is dus dat, voor wie op een inkomen uit andere bronnen kan rekenen, de kans afneemt dat deze persoon ook nog bedelt. Van een ruime meerderheid van de gedocumenteerde groep is het inkomen niet bekend (19 %) of gaat het om mensen zonder inkomen (37 %). Slechts een kleine minderheid van 4 % heeft een inkomen uit arbeid, formeel of informeel. Alle anderen hebben een of andere vorm van uitkering. In de latere regressieanalyses zijn alle inkomens uit uitkeringen samengevoegd tot één categorie.

2. Een focus op mensen die bedelen

20In dit deel van de analyse richten we ons specifiek op de groep straatbewoners die bedelen. We vergelijken hun profiel en leefsituatie met die van mensen die niet bedelen, op basis van de gegevens van Diogenes. Allereerst verkennen we de gegevens vanuit het perspectief van bedelarij door scherp te stellen op mensen die wel en niet bedelen, vanuit bivariaat perspectief. Dat betekent dat we telkens nagaan of een bepaald kenmerk al dan niet samenhangt met wel of niet bedelen als overlevingsactiviteit. We toetsen de significantie van deze verschillen met behulp van standaard bivariate associatiematen: chi²-toetsen als ook de onafhankelijke variabele categorisch is, en een Mann-Whitney test voor de relatie tussen leeftijd en bedelen.

21In de centrale analyses brengen we deze verzameling covariaten nu samen in één analyse. Het doel is hetzelfde: nagaan welke kenmerken van de straatbevolking voorspelt of ze wel of niet bedelen. In deze regressie is de leeftijd, omwille van het grote aantal ontbrekende observaties (die bovendien niet random zijn), gehercodeerd tot een categorische variabele. Daarbij zijn de gekende leeftijden in vier gelijke kwartielen opgedeeld, en werd ook een groep toegevoegd waarvan de leeftijd onbekend is.

22We gebruiken een zogenaamd “Linear Probability Model” (LPM) om deze relaties te schatten. Deze benadering is robuust, voor zover de binaire verdeling niet al te sterk geconcentreerd is in één groep. Met een verdeling van 37-63 % voor wie wel respectievelijk niet bedelt, lijkt dat niet het geval. Om bias te vermijden, schatten we de LPM met robuuste standaardfouten. Tabel 2 toont de beschrijvende statistieken van de centrale variabelen. In het basismodel worden de centrale variabelen samen geschat. We merkten op dat de toegang tot een inkomen ongelijk gespreid is naargelang kenmerken van dakloosheid, verslavingsproblematiek, psychische problematieken en etniciteit (zie Bijlage 1). Daarom schat een tweede model of deze indicaties van kwetsbaarheid interageren met toegang tot een inkomen in de kans op bedelen. We doen dat door interactietermen toe te voegen tussen inkomen en de vier andere indicatoren.

3. Verkenning: een profielschets

23Een ruime minderheid van ongeveer één op drie observaties gaat over mensen die minstens af en toe bedelen. De toename van het aantal geregistreerde straatbewoners in de loop der jaren is vooral toe te schrijven aan mensen die niet bedelen (zie ook Figuur 1). Daardoor daalt het relatieve aandeel bedelaars licht in 2022 en 2023. Deze relatieve afname moet wel begrepen worden tegen de achtergrond van een nominale stijging van het aantal observaties.

24Er zijn duidelijke verschillen tussen mannen en vrouwen: iets minder dan de helft van de vrouwen bedelt (45 %), terwijl dat bij mannen slechts één op drie is (35 %). Waar in de hele groep mannen dus domineren, is de kans groter dat de vrouwen binnen die groep bedelen. Dat verschil blijft ook in de regressie overeind. In leeftijd is er geen groot verschil tussen bedelaars en niet-bedelaars. De eersten zijn net iets jonger, maar het verschil is, hoewel significant, klein: mensen die bedelen zijn gemiddeld een jaar en acht maanden jonger dan zij die dat niet doen.

25Het meest in het oog springende kenmerk van de bedelende bevolking is ongetwijfeld dat ze etnisch en qua nationaliteit sterk geconcentreerd is bij Roma en mensen van de Roemeense nationaliteit. Dit is grotendeels te verklaren doordat 88 % van de Roma geïdentificeerd zijn als Roemeens.

26Van alle observaties rapporteren de sociaal werkers dat ongeveer de helft een alcohol- of drugverslaving heeft. Binnen deze groep is het aandeel bedelaars iets hoger dan bij mensen zonder verslaving. Dakloosheid blijkt slechts in beperkte mate samen te hangen met bedelen; deze relatie is hoogstens randsignificant. De inkomenssituatie daarentegen is een veel sterkere voorspeller: mensen zonder enig inkomen bedelen veel vaker dan mensen met een bron van inkomsten.

Tabel 2. Bivariate relatie tussen bedelen en achtergrondkenmerken

Variabele/categorie

Aandeel/mediaan bedelen per groep

Relatie met bedelen (significantie)

Volledige populatie

37 %

NA

Jaar

31,22 (p<0,001)

2018

40 %

2019

38 %

2020

36 %

2021

43 %

2022

35 %

2023

33 %

Leeftijd (in jaren)

bedelt = 44

3,36 (p<0,001)

andere = 46

Gender

110,77 (p<0,001)

Homme

36 %

Femme

45 %

Autre

13 %

Roma?

60 %

267,59 (p<0,001)

Nationaliteit (gegroepeerd)

289,90 (p<0,001)

Belgisch

33 %

Roemeens

57 %

Pools

38 %

Maghreblanden

24 %

Andere

37 %

Onbekend

25 %

Drug- of alcoholverslaving?

40 %

20,42 (p<0,001)

Dakloos?

38 %

3,21 (p=0,073)

Mentale problemen vastgesteld?

38 %

0,48 (p=0,50)

Inkomen (gegroepeerd)

534,26 (p<0,001)

OCMW

33 %

Ziekte/invaliditeit

28 %

Werkloosheid/pensioen

15 %

Inkomen uit arbeid

14 %

Geen inkomen

55 %

Onbekend inkomen

26 %

Bij binaire variabelen is het percentage van deze groep dat bedelt weergegeven; bij meerdere groepen wordt per groep het aandeel gepresenteerd; bij de continue variabele leeftijd wordt de mediaan getoond.
Testen:
Χ²-test voor categorische variabelen; Mann-Whitney test voor de relatie bedelen-leeftijd.

4. Resultaten: Welke verbanden tussen bedelarij en achtergrondkenmerken?

27De regressieanalyse (zie Tabel 3) biedt een meer volledig beeld van de factoren die samenhangen met de kans dat iemand bedelt. Zoals eerder al gesuggereerd door de descriptieve en bivariate resultaten, is er over de jaren heen een lichte daling in de proportie mensen die bedelen. Belangrijk om op te merken is dat er niet zozeer een daling is van het aantal mensen dat op straat bedelt (voor absolute aantallen, zie Figuur 1), maar op een relatieve afname binnen een groeiende bereikte populatie van straatbewoners.

28Zoals eerder gesuggereerd, blijft ook hier de grotere kans dat vrouwen bedelen overeind. Wat leeftijd betreft, zijn de verschillen klein. De kans op bedelen varieert nauwelijks tussen leeftijdsgroepen, al valt op dat sociaal werkers vaker geen leeftijdsgegevens hebben van mensen die bedelen. Dat wijst erop dat de sociaal werkers gemiddeld over minder informatie beschikken over wie bedelt; wie terugvalt op bedelarij als overlevingsstrategie heeft dus een slechter gedocumenteerde status. Dat kan erop wijzen dat mensen die bedelen ook gemiddeld een moeilijker bereikbaar groep is voor straathoekwerkers om intens contact te onderhouden.

29Van de toegeschreven eigenschappen is etniciteit zowat de sterkst voorspellende. De groep die het meest aanwezig is in bedelarij, zijn ongetwijfeld de Roma. Als we deze etnische groep apart bekijken, los van hun nationaliteit, dan is dit kenmerk een van de beste persoonlijke voorspellers van al dan niet bedelen, toch in vergelijking met de referentiecategorie van bedelaars van Belgische nationaliteit.

30Ook substantieel zijn de samenhangen tussen bedelen en allerhande situationele problemen die mensen die op straat leven kunnen ervaren. Met name zijn verslavings- of mentale problemen en inkomensbronnen relevant. Van diegenen bij wie de sociaal werkers een verslavingsproblematiek zien, stijgt de kans dat ze ook bedelen aanzienlijk. Dit kan op allerlei achterliggende mechanismen gestoeld zijn, maar één is waarschijnlijk dat mensen met een verslavingsproblematiek vaak moeilijker aan de slag kunnen om een inkomen te halen op basis van andere activiteiten. Een vergelijkbare dynamiek kan aan het werk zijn bij mensen met mentale problemen. Ook bij hen neemt de kans significant toe dat ze bedelen. Dit bevestigt het beeld dat bedelen vaak een toevlucht is voor mensen met complexe problemen, die moeilijk toegang vinden tot andere vormen van inkomen. Opvallend is evenwel dat dakloosheid de kans op bedelen niet significant verhoogt volgens de regressieanalyse, wat suggereert dat andere factoren zwaarder doorwegen.

31De sterkste voorspeller van bedelen is het ontbreken van een andere bron van inkomen. Eender welke inkomensbron verkleint de kans op bedelen significant. Dit ondersteunt de these dat bedelen een inkomensgenererende activiteit van de laatste kans is. Het grote achterliggende verhaal lijkt wel dat wie toegang tot andere opportuniteiten of inkomsten heeft, veel minder snel terugvalt op bedelarij. Wie evenwel geen enkele vorm van inkomen heeft en op straat leeft, zal vaak bedelen omdat dit een toegankelijke optie blijft wanneer de alternatieven moeilijker bereikbaar zijn.

32In een tweede model werden een aantal interactietermen toegevoegd om te onderzoeken of bepaalde combinaties van kwetsbaarheden de kans op bedelen verder verhogen: tussen geen toegang hebben tot een inkomen uit eender welke bron, en de kenmerken Roma-etniciteit, dakloosheid, een verslavingsproblematiek en psychologische problemen. Vooral straatbewoners met een Roma-achtergrond en daklozen hebben vaker geen enkel inkomen (zie Bijlage 1). De interactietermen duiden er alleszins op dat een combinatie van geen inkomen met een Roma-achtergrond en met een verslavingsproblematiek inderdaad de kans verhogen dat iemand aan het bedelen gaat. Verrassend genoeg blijkt dat mensen met een psychische problematiek én een inkomen vaker bedelen dan zij zonder inkomen. Mogelijk wijst dit op een complexere relatie tussen psychische kwetsbaarheid, hulpverlening en bedelgedrag. Algemeen zal wie geen inkomen heeft vaker bedelen, ongeacht of het om iemand in een situatie van dakloosheid gaat of niet. Daarbij moet uiteraard altijd voor ogen gehouden worden dat de hele steekproef mensen zijn die op straat leven, met een precaire huisvestingssituatie voor zowat iedereen.

Tabel 3. Regressies van achtergrondvariabelen op bedelen als activiteit

 

Model 1

Model 2

Jaar (ref.: 2018)

2019

-.028 (.023)

-.031 (.023)

2020

-.072 (.026)*

-.072 (.026)**

2021

-.045 (.025)

-.049 (.025)

2022

-.122 (.026)***

-.120 (.026)***

2023

-.127 (.026)***

-.118 (.026)***

Leeftijd in kwartielen (ref.: 1ste kwartiel)

Kwartiel 2 [36-45]

.046 (.023)*

.043 (.023)

Kwartiel 3 [46-54]

.050 (.023)*

.044 (.022)*

Kwartiel 4 (≥ 55)

.012 (.022)

.011 (.022)

Leeftijd onbekend

.057 (.019)**

.043 (.019)*

Gender (ref.: vrouw)

Man

-.052 (.015)***

-.051 (.015)**

Andere

-.122 (.030)***

-.127 (.031)***

Nationaliteit/etniciteit (ref.: Belgisch)

Roma

.266 (.023)***

.463 (.031)***

Roemeens (excl. Roma)

-.060 (.031)

-.008 (.031)

Pools

-.098 (.023)***

-.059 (.024)**

Maghreblanden

-.202 (.022)***

-.164 (.022)***

Andere (excl. Roma)

-.061 (.022)**

-.015 (.022)

Onbekend

-.107 (.024)***

-.074 (.024)**

Drug- of alcoholverslaving?

.185 (.014)***

.236 (.025)***

Mentale problemen?

.083 (.014)***

.120 (.016)***

Dakloos?

.026 (.018)

.020 (.023)

Inkomen (ref.: geen inkomen)

Werk

-.447 (.026)***

-.327 (.037)***

Niet-gespecifieerd inkomen

-.279 (.035)***

-.208 (.044)***

Onbekend inkomen

-.232 (021)***

-.163 (032)***

Uitkering

-.315 (016)***

-.235 (032)***

Interactietermen

Roma X geen inkomen

 

.362 (.037)***

Verslaving X geen inkomen

 

.082 (.030)**

Mentale problemen X geen inkomen

 

-.107 (.029)***

Dakloos X geen inkomen

 

-0.010 (.026)

Interactietermen?

Nee

Ja

.179

.199

Prob > F

<0.001

<0.001

Effecten van een Linear Probability Model met robuuste standaardfouten (SE). n=5 634
* p < 0.05; ** p < 0.01; *** p < 0.001
Model 1 schat alle hoofdeffecten; model 2 voegt interactietermen toe.

Conclusie en discussie

33Mensen die op straat leven zijn in het stedelijk landschap vaak behoorlijk zichtbaar. Tegelijk lijken ze, als het over het wetenschappelijk documenteren van hun levens gaat, zo goed als onzichtbaar. Dat leidt ertoe dat straatbewoners vaak het onderwerp zijn van publieke discussie, van gesprekken in de politiek en van politiek debat, maar dat deze discussies zelden gebeuren met gegevens die de anekdote overstijgen. Het probleem zit hem niet alleen in een vermeende voorkeur voor een feiten- of evidentie-arm debat. Ook voor wie het graag anders zou zien, blijft het probleem dat betrouwbare gegevens en analyses over deze uitgesloten groep slechts beperkt beschikbaar zijn. De statistische bronnen die het leven van de Belgen of de Brusselaars pretenderen te documenteren, representeren deze groep niet of nauwelijks. Ze zijn ongeteld, wat een extra dimensie van sociale uitsluiting vormt [Cobham, 2020]. Deze statistische onzichtbaarheid hebben de mensen die op straat leven gemeen met vele andere gemarginaliseerde groepen. Dat dwingt overheden en instellingen vaak tot het voeren van een beleid dat blind vaart.

34Er zijn weinig quick wins in deze nood aan gegevens over verborgen groepen. Veel van het onderzoek dat toch probeert om verborgen groepen in kaart te brengen doet dat op een directe manier, bijvoorbeeld met behulp van vragenlijstonderzoek. Daarnaast proberen onderzoekers vandaag meer en meer om gebruik te maken van gegevens die sowieso verzameld worden door instellingen, bijvoorbeeld op basis van administratieve procedures bij de overheid. Voor sterk gemarginaliseerde groepen biedt dat vaak weinig soelaas, net omdat deze groepen slecht of onvolledig gedocumenteerd worden door administratieve bronnen, onder meer door de lagere take-up van rechten.

35Dit artikel toont aan dat er een mogelijke rijke bron van informatie ligt bij organisaties uit de non-profit die specifiek focussen op kwetsbare groepen. Sommige verzamelen hoogwaardige gegevens, in het kader van outreach of om andere redenen, die erg relevant zijn voor een betere kennis over en het beleid rond de allerarmsten. Wie de ambitie heeft om een effectief beleid te voeren, heeft met dit soort gegevens een rijke bron van informatie vast. Bij wijze van casus, kan hier ook de rijke dataverzameling van Bruss’Help over dak- en thuislozen genoemd worden [Pierre, 2025]. Dit artikel illustreert de bruikbaarheid en haalbaarheid van deze strategie, en toont meteen ook tot welk soort beleidsrelevante conclusies een gedegen analyse aanleiding kan geven. De gegevens die organisaties als Diogenes vzw verzamelen bieden niet alleen een rijk beeld van de leefwereld van straatbewoners, maar maken het ook mogelijk om trends en verschillen binnen deze groep te analyseren. In het algemeen is het onmogelijk om uit te sluiten dat gegevens misbruikt zouden worden. Niettemin suggereren recente ervaringen dat stigmatisering en repressie minstens zoveel een product te zijn van gebrek aan kennis, dan van misbruik van gegevens.

36Tegelijk zijn er natuurlijk kwaliteitseisen die in het oog gehouden moeten worden. Zoals het geval is bij administratieve data, is het mogelijk dat in sommige gevallen een problematiek of groep niet (voldoende) gedocumenteerd wordt. Dit risico is ook aanwezig bij de gegevens van straathoekwerk. De dataset die we hier analyseerden, heeft enkel betrekking op de door Diogenes ondersteunde straatbewoners, en is dus niet noodzakelijk representatief voor alle mensen die bedelen in Brussel. Toch biedt deze dataset een zeldzaam en waardevol inzicht in een moeilijk bereikbare groep. Het feit dat Diogenes een relatief grote organisatie is, en dat hun sociaal werkers een vrij grote diversiteit aan kennis hebben over specifieke taal- en etnische groepen, vermindert dit risico bovendien aanzienlijk. Triangulatie met andere bronnen, bijvoorbeeld van survey-onderzoek bij mensen die bedelen met een ander steekproefdesign [bijvoorbeeld Adriaenssens en Soare, 2023; Soare et al., 2025], of van meer kwalitatieve benaderingen als etnografisch onderzoek, blijft belangrijk om het beeld te verfijnen.

37De gegevens die hier gerapporteerd zijn, hebben alleszins als belangrijk voordeel dat ze ons toelaten om de mensen die op straat leven en die bedelen te vergelijken met leden van dezelfde groep die niet bedelen. Een belangrijke vaststelling op basis van deze analyse is dat bedelarij fungeert als een overlevingsstrategie. Indicatoren van kwetsbaarheid en deprivatie voorspellen of iemand terugvalt of terug moet vallen op bedelarij als inkomensgenererende activiteit. Het vinden en houden van een formele job is voor mensen die op straat leven sowieso erg moeilijk, en er zijn maar heel weinig observaties die hierin passen. Deze vaststellingen zijn in lijn met het bestaande onderzoek over informele activiteiten bij mensen in zeer precaire leefsituaties, maar botsen vaak op sociale mythes over de aard van bedelarij en mensen die bedelen. Deze bijdrage bevestigt of ondersteunt dus de idee dat mensen die alternatieve bronnen van inkomsten hebben, minder snel terugvallen op bedelen. Als bedelen een “laatste redmiddel” is, concurreert dit natuurlijk met andere opties die voorhanden zijn, zoals straatprostitutie of vormen van kleine criminaliteit. Deze zijn naar alle waarschijnlijkheid maatschappelijk en voor de betrokkenen riskanter, schadelijker en meer problematisch. Voor hulpverleners is dit wellicht geen verrassende conclusie, maar voor beleidsmakers en het brede publiek kan het een belangrijke correctie zijn op hardnekkige mythes over bedelaars. Het is ook belangrijke informatie om toekomstig beleid te informeren.

Haut de page

Bibliographie

ADHIKARI, P. en BRYANT, L. A., 2018. Sampling hard-to-locate populations: Lessons from sampling Internally Displaced Persons (IDPs). In: L.R. ATKESON en R.M. ALVAREZ (eds.). The Oxford handbook of polling and survey methods. Oxford: Oxford University Press. pp. 155-180.

ADRIAENSSENS, S. en HENDRICKX, J., 2011. Street level informal economic activities: estimating the yield of begging in Brussels. In: Urban Studies. 01/2011. Vol. 48, nr. 1, pp. 23-40.

ADRIAENSSENS, S. en SOARE, T., 2023. Bedelaars in Brussel: dimensies van sociale uitsluiting en publieke perceptie. In: COENE, J., GHYS, T., HUBEAU, B., MARCHAL, S., RAEYMAECKERS, P., REMMEN, R., VANDENHOLE, W., VAN DOOREN, W. en VAN REGEMORTEL, H. (eds.). Armoede en ongelijkheid. Jaarboek 2023. Leuven: Acco. pp. 301-315.

ARADAU, C., HUYSMANS, J., MACIOTI, P. G. en SQUIRE, V., 2013. Mobility interrogating free movement: Roma acts of European citizenship. In: ISIN, E. F. en SAWARD, M. (eds.). Enacting European citizenship. Cambridge: Cambridge University Press. pp. 132-154.

BOSE, R. en HWANG, S. W., 2002. Income and spending patterns among panhandlers. In: Canadian Medical Association Journal. 03/09/2002. Vol. 167, nr. 5, pp. 477-479.

BRAME, R., TURBER, M. G. en PATERNOSTER, R., 2010. Missing data problems in criminological research. In: PIQUERO, A. R. en WEISBURD, D. (eds.). Handbook of quantitative criminology. Dordrecht: Springer. pp. 251-272.

CLÉ, A. en ADRIAENSSENS, S., 2007. Bedelarij onderzocht. Een beknopte samenvatting van het onderzoek. Brussel: EHSAL Management School.

COBHAM, A., 2020. The Uncounted. Cambridge: Polity Press. 200 p.

COLOMBO, A., REYNAUD, C. en DE COULON, G, 2016. Begging in Geneva: which right to the city? In: Urban Environment. 2016. Vol. 10. Beschikbaar op: https://journals.openedition.org/eue/1306

CONSOLI, T., 2023. Migration and ethnicity. In: BRETHERTON, J. en PLEACE, N. (eds.). The Routledge handbook of homelessness. Londen: Routledge. pp. 190-199.

DE COULON, G., REYNAUD, C. en COLOMBO WIGET, A., 2015. Begging in Geneva in times of crisis: multilayered representations of beggars, begging and cohabitation in the public space. In: European Journal of Homelessness. 06/2015. Vol. 9, nr. 1, pp. 191-211. Beschikbaar op: https://www.feantsaresearch.org/download/article-87535298787986413382.pdf

DEAN, H. en MELROSE, M., 1999. Easy pickings or hard profession? Begging as an economic activity. In: DEAN, H. (ed.). Begging questions. Street-level economic activity and social policy failure. Bristol: Policy Press. pp. 83-100.

DEBRUYNE, P., 2022. Intra-Europese migratie in Gent. Een verhaal van bottom-uppraktijken op de naad van migratie en sociale mobiliteit. In: COENE, J., GHYS, T., HUBEAU, B., MARCHAL, S., RAEYMAECKERS, P., REMMEN, R., VANDENHOLE, W., VAN HECKEN, G. en VAN PRAAG, L. (eds.). Armoede en sociale uitsluiting: Jaarboek 2022. Leuven: Acco. pp. 231-251.

DECKARD, F. M. en AUYERO, J., 2022. Poor people's survival strategies: Two decades of research in the Americas. In: Annual Review of Sociology. 07/2022. Vol. 48, nr. 1, pp. 373-395.

DIVE, A., 2024. Recriminaliser la mendicité en Belgique? "Cela n’a aucun sens. Au contraire, il faut consacrer dans la loi le droit de mendier". In: La Libre Belgique. 10/10/2024. Beschikbaar op: https://www.lalibre.be/debats/ripostes/2024/10/10/recriminaliser-la-mendicite-en-belgique-cela-na-aucun-sens-au-contraire-il-faut-consacrer-dans-la-loi-le-droit-de-mendier-BKIUMSAJ7ZBKVERSNORH5OHCAQ/

DONOVAN, M. G., 2008. Informal cities and the contestation of public space: the case of Bogota's street vendors, 1988-2003. In: Urban Studies. 01/2008. Vol. 45, nr. 1, pp. 29-51.

EDGAR, B. en MEERT, H., 2006. The ETHOS Definition of Homelessness. Fifth Review of Statistics on Homelessness in Europe. Brussels: FEANTSA. Beschikbaar op: https://www.feantsaresearch.org/download/5-2006449618011929240409.pdf

ELKINS, M., LISA, F. en FRY, J. M., 2024. Homelessness and housing insecurity among youth in Australia: sequence analysis of housing careers. In: Housing Studies. 25/11/2024. Vol. 39, nr. 10, pp. 2527-2552.

FERGUSON, K. M., BENDER, K. en THOMPSON S. J., 2016. Predicting illegal income generation among homeless male and female young adults: Understanding strains and responses to strains. In: Children and Youth Services Review. 01/04/2016. Vol. 63, pp. 101-109.

FITZPATRICK, S. en JONES A., 2005. Pursuing social justice or social cohesion? Coercion in street homelessness policies in England. In: Journal of social policy. 15/06/2005. Vol. 34, nr. 3, pp. 389-406.

FITZPATRICK, S. en KENNEDY, C., 2000. Getting by. Begging, rough sleeping and The Big Issue in Glasgow and Edinburgh. Bristol: The Policy Press.

FLÅTO, M. en JOHANNESSEN, K., 2010. Economic strategies among long-term homeless people: the concept of harvesting economy. In: European Journal of Homelessness. 12/2010. Vol. 4, pp. 89-109. Beschikbaar op: https://www.feantsaresearch.org/download/article-4-28202591817572774325.pdf

GEURTS, K., 2015. Roma in beweging. Diverse groepen en evoluties in Brussel. Handvaten voor onderwijs en hulpverlening. Brussel: Regionaal Integratiecentrum Foyer.

HAWKINS, R., 2012. “Industry cannot go on without the production of some noise”: New York City's street music ban and the sound of work in the New Deal era. In: Journal of Social History. 01/09/2012. Vol. 46, nr. 1, pp. 106-123.

HERMER, J., 2019. Policing compassion. Begging, law and power in public spaces. Oxford: Hart Publishing.

KO, W. en MOFFITT, R. A., 2020. Take-up of social benefits. In: ZIMMERMANN, K. F. (ed.). Handbook of labor, human resources and population economics. Cham: Springer International Publishing. pp. 1-42.

LEESON, P. T. en HARDY R. A., 2022. American panhandlers. In: Cities. 01/05/2022. Vol. 124.

MCINTOSH, I. en ERSKINE, A., 2000. “Money for nothing”?: Understanding giving to beggars. In: Sociological research online. 05/2000. Vol. 5, nr. 1, pp. 107-115.

MEYER, B. D. en MITTAG, N., 2019. Using linked survey and administrative data to better measure income: Implications for poverty, program effectiveness, and holes in the safety net. In: American Economic Journal: Applied Economics. 04/2019. Vol. 11, nr. 2, pp. 176–204.

NOËL, L. Niet-gebruik van rechten en bestaansonzekerheid in het Brussels Gewest. In: Brussels Studies, Algemene collectie. 30/05/2021. nr. 157. Beschikbaar op: https://journals.openedition.org/brussels/5585

NUNEZ BASANTE, P., 2023. Survival strategies in inner-city neighborhoods: the case of Colombian and Peruvian migrants in Brussels, Belgium. In: Urban Research & Practice. 08/08/2023. Vol. 16, nr. 4, pp. 605-623.

OECD, 2024. Population Experiencing Homelessness. In: OECD. Affordable Housing Database. Parijs: OECD. Beschikbaar op: https://oe.cd/ahd

OJEBUYI, B. R. en AJAO, H. M., 2023. Resilient dwellers of urban “slums”: An ethnographic study of struggle and communication for survival among street children in Ibadan, Nigeria. In: Comparative Sociology. 20/06/2023. Vol. 22, nr.3, pp. 325-358.

ÖSTMAN, A.-C., 2022. Women as mobile vendors: petty trade and rural poverty in early twentieth-century Finland. In: History of Retailing and Consumption. 02/09/2022. Vol. 8, nr. 3, pp. 213-228.

PATTARO, S., BAILEY, N. en DIBBEN, C., 2020. Using linked longitudinal administrative data to identify social disadvantage. In: Social Indicators Research. 02/2020. Vol. 147, nr. 3, pp. 865-895. Beschikbaar op: https://link.springer.com/article/10.1007/s11205-019-02173-1

PIERRE, A., 2025. Dak- en thuislozentelling in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Achtste editie, 6 november 2024. Brussels: BRUSS'HELP. Beschikbaar op: https://brusshelp.org/images/Rapport_denombrement_2024_NL

PORTES, A., 2010. The informal economy. In: PORTES, A. Economic sociology: a systematic inquiry. Princeton: Princeton University Press. pp. 130-161.

REINHARD, D., 2023. How much do they make? A systematic review of income generated from begging. In: International Criminal Justice Review. 03/2023. Vol. 33, nr. 1, pp. 66-86.

SCHROOTEN, M., SOARE, T., DEBRUYNE, P. en ADRIAENSSENS, S., 2023. Bedelen in Brussel: Voorbij de valse tegenstellingen. In: Sociaal.Net. 13/06/2023. [Geraadpleegd op 07/11/2024]. Beschikbaar op: https://sociaal.net/achtergrond/bedelen-in-brussel-voorbij-de-valse-tegenstellingen/

SCUTELLA, R. en WOOD, G. A., 2024. The dynamics of homelessness. In: JOHNSON, G., CULHANE, D., FITZPATRICK, S. METRAUX, S. en O’SULLIVAN, E. (eds.). Research handbook on homelessness. Cheltenham: Edward Elgar Publishing. pp. 52-71.

SOARE, T., ADRIAENSSENS, S. en HERMANS, K., 2025. Housing quality and homelessness among people who beg. In: Housing Studies. 03/06/2025. Vol. 40, nr. 6, pp. 1401-1427.

TOURANGEAU, R., 2019. Surveying hard-to-survey populations despite the unfavorable environment. In: American Journal of Public Health. 10/2019. Vol. 109, nr. 10, pp. 1326-1327.

VAN DEN BROECK, K., BROTCORNE, P., STEENSSENS, K., MORIAU, J., WAGENER, M., 2024. Studie over non-take-up van het leefloon en afgeleide rechten. Schatting en inspirerende praktijken ter bestrijding van non-take-up. Leuven: POD Maatschappelijke Integratie. Beschikbaar op: https://www.mi-is.be/sites/default/files/documents/NTU_rapport_NL.pdf

VANDEKERCKHOVE, B., GELDOF, D., DE DECKER, P., VANHAEREN, R., VAN DAMME, W., VAN HULLE, M., SCHILLEBEECKX, E., BALCAEN, R., 2022. Atlas superdiversiteit Vlaanderen. Toekomstverkenningen: Ruimtelijke verkenning van een superdiverse samenleving. Brussels: Departement Omgeving. Beschikbaar op: https://omgeving.vlaanderen.be/nl/onderzoek-cijfers-en-geoloketten/atlas-superdiversiteit

VENKATESH, S. A., 2006. Off the books. The underground economy of the urban poor. Cambridge: Harvard University Press.

WACQUANT, L., 2009. Punishing the poor: the neoliberal government of social insecurity. New York: Duke University Press.

WALLENGREN, S., 2021. An insider looking in or an outsider wannabee? Studying vulnerable hard-to-reach populations in the field of victimology – the example of the Roma communities in Sweden. In: International Review of Victimology. 09/2021. Vol. 27, nr. 3, pp. 328-343.

Haut de page

Annexe

Bijlage 1. Proportie zonder inkomen naar achtergrondkenmerken

 

 

Percentage zonder inkomen

Chi²

Roma

Wel

59 %

259.5***

Niet

32 %

Verslaving

Wel

32 %

53.2***

Niet

42 %

Mentale proble–men

Wel

26 %

247.2***

Niet

46 %

Dakloos

Wel

40 %

26.9***

Niet

33 %

* p < 0.05 ; ** p < 0.01 ; *** p < 0.001

Haut de page

Notes

1 www.diogenes.brussels

2 Ter vergelijking: de meest recente schatting van het aantal dak- en thuislozen op één moment in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest schatte is 9 777 [Pierre, 2025]. Hiervan waren er 992 dakloos. Een vergelijking tussen contacten en een puntschatting op één moment in de tijd is natuurlijk niet gerechtvaardigd, maar de verhoudingen suggereren wel dat Diogenes contact heeft met een veel groter aandeel van de daklozen (ETHOS-categorie 1) dan van andere categorieën thuislozen (ETHOS-categorieën 2-7).

Haut de page

Table des illustrations

Titre Figuur 1. Aantal ingevulde dossiers van mensen die al dan niet bedelen, 2018-2023
Crédits Bron: Eigen verwerking van jaarprofielen van Diogenes, 2018-2023
URL http://journals.openedition.org/brussels/docannexe/image/8608/img-1.jpg
Fichier image/jpeg, 56k
Haut de page

Pour citer cet article

Référence électronique

Stef Adriaenssens, Mieke Schrooten et Bert De Bock, « De rol van bedelen in de overlevingsstrategieën van Brusselse straatbewoners »Brussels Studies [En ligne], Collection générale, document 207, mis en ligne le 01 octobre 2025, consulté le 16 septembre 2026. URL : http://journals.openedition.org/brussels/8608 ; DOI : https://doi.org/10.4000/14tnv

Haut de page

Auteurs

Stef Adriaenssens

Stef Adriaenssens is economisch socioloog, hoofddocent aan het Departement Economie van de KU Leuven. Zijn belangrijkste onderzoeksinteresse gaat uit naar informele en ondergrondse activiteiten. Het grootste deel van zijn werk gaat over hoe mensen reageren op instituties en regels door ze al dan niet na te leven. Dit wordt vaak toegepast op moeilijk bereikbare groepen en activiteiten, bijvoorbeeld wie informeel werkt, mensen die bedelen of sekswerkers. Zijn onderzoek is kwantificerend en bouwt op statistische en econometrische technieken.
stef.adriaenssens[at]kuleuven.be

Articles du même auteur

Mieke Schrooten

Mieke Schrooten is verbonden aan Odisee hogeschool als docente sociaal werk, en aan de Universiteit Antwerpen (Centre for Research on Environmental and Social Change) als hoofddocent. In haar onderzoek en onderwijs richt ze zich vooral op vraagstukken rond stedelijk sociaal werk, (trans)migratie en mobiliteit, transnationaal sociaal werk, diversiteit en informele sociaal werkpraktijken.
mieke.schrooten[at]odisee.be

Bert De Bock

Bert De Bock heeft ruime ervaring als straathoekwerker, en werkt bij vzw Diogenes. Hij bouwt mee aan langetermijn¬oplossingen voor de Brusselse daklozen, en probeert mee te bouwen aan toegepast onderzoek dat ondersteunend kan zijn voor sociaal werk voor mensen met een precaire huisvestingssituatie.
bert[at]diogenes.brussels

Haut de page

Droits d’auteur

CC-BY-4.0

Le texte seul est utilisable sous licence CC BY 4.0. Les autres éléments (illustrations, fichiers annexes importés) sont susceptibles d’être soumis à des autorisations d’usage spécifiques.

Haut de page
Rechercher dans OpenEdition Search

Vous allez être redirigé vers OpenEdition Search