Navigation – Plan du site

AccueilPublicationsCollection générale2026Ruimte en dagelijks leven rond ko...

2026
220

Ruimte en dagelijks leven rond koloniaal erfgoed: het Monument voor de koloniale pioniers in Elsene

L’espace et la vie quotidienne autour du patrimoine colonial : le Monument aux pionniers coloniaux à Ixelles
Space and everyday life around colonial heritage: the Monument aux pionniers coloniaux in Ixelles
Camila Vanacor Lima
Traduction de Annelies Verbiest (AV Translations)
Cet article est une traduction de :
Space and everyday life around colonial heritage: the Monument aux pionniers coloniaux in Ixelles  [en]
Autre(s) traduction(s) de cet article :
L’espace et la vie quotidienne autour du patrimoine colonial : le Monument aux pionniers coloniaux à Ixelles [fr]

Résumés

Le paysage urbain de Bruxelles recèle de nombreuses traces de l’époque coloniale. Or, au quotidien, les rencontres avec ces vestiges sont inégales et souvent superficielles, suivant la façon dont chacun se déplace et utilise l’espace urbain. Dans le contexte du plan régional pour la décolonisation de l’espace public, le présent article éclaire le débat bruxellois sous l’angle de l’espace vécu au quotidien. En s’appuyant sur la théorie critique de l’espace et les études critiques du patrimoine, il prend pour objet un site en particulier, à savoir le Monument aux pionniers coloniaux à Ixelles, afin d’examiner l’influence de la situation spatiale sur la visibilité de ces traces, la façon dont chacun les interprète, et les interventions décoloniales potentiellement envisageables aux yeux des usagers journaliers. L’étude s’appuie sur des observations ethnographiques à petite échelle et sur des entretiens semi-structurés menés auprès de passants. Elle fait ainsi valoir que, pour que la décolonisation de l’espace public touche un public plus large et favorise l’émergence de nouvelles formes de mémoire collective, les interventions doivent aussi transformer les conditions spatiales du rapport au patrimoine colonial, car les relations entre les passants et ce patrimoine sont essentiellement d’ordre spatial et ne peuvent être modifiées par des mesures purement symboliques.

Haut de page

Notes de la rédaction

Om de figuren in een betere resolutie te bekijken, raadpleegt u het artikel online en klikt u op “Origineel” onder elke figuur.

Texte intégral

1. Inleiding

1Een stad is als een palimpsest, opgebouwd uit overlappende sociale, culturele, temporele en ruimtelijke lagen. In de stedelijke ruimte worden historische structuren voortdurend gecreëerd, overschreven en uitgewist. Herinneringen worden in het geheugen van de stad gegrift onder vele vormen, van gebouwen die de stijl van hun tijd weerspiegelen, over bedrijven die de deuren openen en sluiten, tot standbeelden en monumenten die opgericht worden. Maar na verloop van tijd kan de betekenis van dergelijk erfgoed naar de achtergrond verdwijnen, vooral wanneer de historische context en het begrippenkader niet langer een plaats innemen in het collectieve geheugen. Een van deze voorbeelden is koloniaal erfgoed, waarbij de betekenis achter symbolen grotendeels uit het collectieve geheugen gewist is, terwijl de materiële sporen blijven bestaan.

2Vooral in Brussel wordt het stedelijk landschap nog altijd gedomineerd door koloniale elementen. De stad bevat minstens 78 officieel erkende artefacten van koloniaal erfgoed en meer dan 38 straten die nog steeds een imperialistische naam dragen [Jacobs, 2018; Goddeeris, 2015; Leu et al., 2020]. Mensen komen in het dagelijks leven in aanraking met deze koloniale sporen, maar vaak erg ongelijkmatig en oppervlakkig, afhankelijk van hoe ze zich verplaatsen en de stedelijke ruimte gebruiken. Dit artikel richt zich op één specifieke locatie, namelijk het Monument voor de koloniale pioniers in Elsene, om te onderzoeken welke ruimtelijke omstandigheden van invloed zijn op de perceptie en interpretatie van dergelijke werken, en welke dekoloniserende ingrepen denkbaar lijken.

1.1. Erfgoed als praktijk en ruimtelijke herinnering

3Het verleden wordt niet door één enkele lens herinnerd, aangezien collectieve herinneringen vaak uiteenlopen en met elkaar botsen [Halbwachs, 1925]. Als tegenstrijdige herinneringen rond hetzelfde object samenkomen, is het resultaat “dissonant erfgoed” [Tunbridge en Ashworth, 1996]. Later is daar een extra laag morele moeilijkheid aan toegevoegd, omdat bepaald erfgoed samenlevingen confronteert met nalatenschappen van slavernij, genocide of kolonialisme die niet eenvoudig te vieren noch te negeren zijn, en daarom bekendstaan als “moeilijk erfgoed” [Macdonald, 2008]. Koloniaal erfgoed behoort vaak tot beide categorieën tegelijk: het staat vandaag centraal in discussies over representatie en rechtvaardigheid. In algemene zin verwijst koloniaal erfgoed naar materiële sporen uit de imperiale periode, van straatnamen en monumenten die kolonisten eren tot gebouwen en stedelijke ontwikkelingen die gefinancierd zijn door koloniale extractie.

4Kritische erfgoedonderzoekers zien de betekenis die erfgoed draagt als een cultureel en politiek proces, en dus niet als een vaste, inherente eigenschap van het object [Smith, 2006; Harrison, 2013]. Deze betekenis wordt voortdurend vormgegeven door de interpretatie, betwisting en autoriteit van verschillende mensen. Wat koloniaal erfgoed op een gegeven moment “betekent”, hangt bijgevolg niet alleen af van de iconografie en de geschiedenis, maar ook van de interpretatie, de betwisting en het dagelijks gebruik ervan, die ruimtelijk bepaald zijn. Participatief erfgoed gaat nog een stap verder, door mensen niet langer te zien als louter passieve consumenten van verhalen opgehangen door instellingen, maar als actieve coproducenten van de betekenis – en bijgevolg van het belang – van erfgoed [Roued-Cunliffe en Copeland, 2017].

5In navolging van Lefebvre wordt ruimte hier begrepen als sociaal geproduceerd in plaats van als een neutrale achtergrond. Deze ruimte wordt gevormd en hervormd via beslissingen rond stadsplanning, de dagelijkse praktijk en symbolische representaties, en verleent op haar beurt macht, identiteit en ervaring. Zodoende beïnvloedt ruimte ook de verhouding van mensen tot erfgoed en wat er herinnerd, genegeerd of betwist wordt. Onderzoek naar gedenktekens toont aan dat herinneringen ruimtelijk gemedieerd zijn: wat een monument doet, hangt niet alleen af van wat het afbeeldt, maar ook van waar het geplaatst wordt, hoe mensen ermee in aanraking komen en welke gedragingen de omgeving mogelijk maakt of ontmoedigt [Shanken, 2022]. Ze kunnen ook lange tijd onder de radar blijven en dan plots in de kijker komen te staan, zowel symbolisch als ruimtelijk, als veranderende sociale en ruimtelijke omstandigheden leiden tot nieuwe vormen van aandacht, protest of dagelijks gebruik [Shanken, 2022].

6Dergelijke gevallen van reactivering zijn ook specifiek bestudeerd voor koloniale monumenten, en nu worden deze locaties begrepen als permanent onvoltooide, betwiste “strijdperken” waar tegengestelde herinneringen botsen [Kelly en Boomgaard, 2025]. Deze dynamiek werd vooral zichtbaar na bewegingen als #RhodesMustFall en Black Lives Matter. Zo werd in 2020 het standbeeld van Edward Colston in de Engelse stad Bristol besmeurd en omvergehaald, waarna de lege sokkel een plek werd voor discussie over rechtvaardigheid en geschiedenis [Cole, 2023]. Eenzelfde dynamiek voltrok zich aan het standbeeld van Leopold II op het Troonplein in Brussel [Rannard en Webster, 2020], en op tal van plaatsen elders ter wereld. Naast dergelijke politiek geladen daden kunnen alledaagse informele interacties, zoals herhaalde bezoeken of affectieve gehechtheid, de betekenis van een koloniale plek op persoonlijk niveau ook hertekenen [Duhennois, 2025].

1.2. Brussels actieplan om de openbare ruimte te dekoloniseren

7Veruit de meest beruchte koloniale nalatenschap van België is de Congo-Vrijstaat, waar koning Leopold II persoonlijke soevereiniteit had en een terreurbewind voerde via dwangarbeid en wrede straffen om ivoor en rubber te winnen [Stanard, 2019; Verbeeck, 2020]. Hoewel de gemiddelde Belg nooit de kolonie bezocht, fungeerden de Belgische steden – via hun musea, monumenten en de verspreiding van ideeën en propaganda – als vitrine, waarlangs Congo het dagelijks leven van de Belg binnendrong [Stanard, 2019].

8Als gevolg daarvan zijn in Brussel meerdere initiatieven ontstaan, zowel van onderuit als van bovenaf, om de openbare ruimte te dekoloniseren. Dat kan door koloniale elementen te verwijderen (zoals het weghalen van de buste van Émile Storms), door nieuwe elementen toe te voegen (zoals de inhuldiging van de Patrice Lumumbasquare in 2018) of door koloniale plaatsnamen te veranderen [Zian, 2026]. Dit weerspiegelt een bredere trend in België, waar de dekolonisatie van de openbare ruimte zich steeds vaker op lokaal niveau voltrekt, eerder dan op aansturen van nationale instellingen [Goddeeris, 2025].

9In Brussel is deze dynamiek ook doorgetrokken naar het gewestelijk niveau. In 2022 werd door een werkgroep een kader van aanbevelingen ontwikkeld om met koloniaal erfgoed om te gaan, met onder andere ook een ruimtelijke benadering, waarbij locaties ingedeeld worden op basis van hun belang, de mate waarin een monument verweven is met de omliggende openbare ruimte, en de ruimtelijke spreiding van de koloniale symbolen [Abrassart et al., 2022: 132]. Deze bevindingen hebben in mei 2023 geleid tot het Actieplan “Naar een dekolonisatie van de openbare ruimte in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest”, met als doel om weggezwegen delen uit de geschiedenis weer onder de aandacht te brengen [urban.brussels, 2023]. In 2024 begon de praktische uitvoering van het plan. Voortbouwend op dit landschap van betwisting hebben Vaesen et al. [2024] een typologie voorgesteld van interventiestrategieën voor omstreden koloniale elementen in Brussel, gaande van het handhaven van de status quo tot volledige verwijdering. In België hebben verschillende interviews in de pers een verschuiving laten zien in de houding van zowel het brede publiek als overheden ten aanzien van koloniaal erfgoed, waaronder het standbeeld van pater De Deken in Wilrijk [Bruyndonckx, 2020], het Monument voor de pioniers van de beschaving in Mechelen [Verstuyft, 2022] en het standbeeld van Leopold II aan de Sint-Elisabethkerk in Bergen [Wuidart, 2021]. Merk wel op dat de bevraagde burgers al betroken waren in het debat en dat hun standpunt dus niet noodzakelijk dat is van de toevallige voorbijgangers die deze monumenten in het dagelijks leven tegenkomen en interpreteren.

10Dit artikel voegt een alledaags ruimtelijk perspectief toe aan het Brusselse debat door te onderzoeken hoe een zeer zichtbaar koloniaal monument in de dagelijkse praktijk ervaren wordt door wie er geregeld passeert, en wat die mensen vinden dat ermee moet gebeuren. Vertrekkend vanuit de veronderstelling dat dekolonisatie het doeltreffendst is als ook diegenen betrokken worden voor wie de kwestie nog niet politiek centraal staat, beschouwen we in dit artikel de dekolonisatie van de openbare ruimte in essentie als een ruimtelijke praktijk. Een betekenisvolle transformatie van de gedeelde openbare ruimte vereist dan ook de betrokkenheid van een breed publiek, dat allicht in de eerste plaats een ruimtelijke band heeft met koloniaal erfgoed. Ons betoog is dat de dekolonisatie van de openbare ruimte alleen bredere doelgroepen kan bereiken en een bijgeschaafd collectief geheugen kan bevorderen als ingrepen ook inwerken op de ruimtelijke voorwaarden. De verhouding van voorbijgangers tot koloniaal erfgoed is immers in essentie ruimtelijk en kan niet louter via symbolische maatregelen bijgestuurd worden.

2. Methodologie

11Dit artikel steunt op kwalitatief veldwerk dat uitgevoerd werd bij het Monument voor de koloniale pioniers in Elsene tussen november 2024 en maart 2025 in het kader van een breder onderzoeksproject naar de alledaagse omgang met koloniaal erfgoed in de stad. De analyse is gebaseerd op kleinschalige etnografische observatie en elf korte semigestructureerde interviews met voorbijgangers in het Frans en het Engels.

12De interviews waren gestructureerd volgens: (1) sociaal-demografische achtergrond, (2) vertrouwdheid met de locatie, (3) perceptie van de betekenis en historische relevantie, en (4) houding ten aanzien van koloniaal erfgoed in het dagelijks leven. Er werden open vragen gesteld, met vervolgvragen afhankelijk van de betrokkenheid van de respondenten. Die werden willekeurig benaderd terwijl ze voorbij het monument kwamen, en de interviews duurden telkens ongeveer een kwartier.

2.1. Beperkingen en positionering

13Veel respondenten voelden zich ongemakkelijk als er rechtstreeks gevraagd werd naar hun leeftijd, opleiding, gender of professionele achtergrond, dus deze vragen werden na de eerste interviews geschrapt. Ook waren de meeste respondenten blank: slechts twee deelnemers waren niet-blank en één gaf aan een niet-Europese achtergrond te hebben. Dit weerspiegelt wellicht deels de demografische samenstelling van de omgeving van het plein – een historisch welvarend, overwegend blank woongebied – alsook het tijdstip waarop het veldwerk plaatsvond – vooral in de herfst en de winter, met relatief minder voorbijgangers. De leeftijd leek een invloed te hebben op de antwoorden: jongere respondenten verkozen vaker radicale ingrepen, terwijl oudere respondenten eerder de status quo zouden behouden.

14Mijn eigen positie als onderzoeker heeft het veldwerk ook mee vormgegeven. Als blanke Braziliaanse vrouw die koloniaal erfgoed bestudeert dat niet in verband staat met mijn eigen nationale geschiedenis was ik me ervan bewust dat ik het erfgoed van een kolonisator onderzocht vanuit het perspectief van iemand uit een voorheen gekoloniseerd land. Door mijn accent (vooral in het Frans) was het altijd meteen duidelijk dat ik een buitenstaander was, en ik stelde mezelf ook voor als masteronderzoeker, waardoor de respondenten mogelijk van een pro-dekoloniaal standpunt uitgingen. Dat kan verklaren waarom ik enige aarzeling waarnam bij mensen met opvattingen die afweken van dekoloniale standpunten, terwijl voorstanders van dekolonisatie vrijuit spraken. Mijn positionering was waarschijnlijk ook bevorderlijk voor het veldwerk: op het plein blijven rondhangen, foto’s en aantekeningen maken en onbekenden benaderen, waren handelingen die ik kon uitvoeren zonder argwaan te wekken.

3. Resultaten en analyse

3.1. Het Monument voor de koloniale pioniers

15Dit monument uit blauwe hardsteen werd ontworpen door beeldhouwer Marcel Rau en architect Alphonse Boelens en gefinancierd door de gemeente Elsene. Het werd in 1933 opgericht in de Géo Bernierlaan aan de Rode-Kruissquare om lokale “pioniers” te eren die gestorven waren tijdens de kolonisatie van Congo tussen 1876 en 1908 [Abrassart et al., 2022: 100].

Figuur 1. Marcel Rau (beeldhouwer) en Alphonse Boelens (architect), 1933. Monument voor de koloniale pioniers, Elsene

Figuur 1. Marcel Rau (beeldhouwer) en Alphonse Boelens (architect), 1933. Monument voor de koloniale pioniers, Elsene

Bron: Foto genomen door de auteur (2024)

16Het monument (Figuur 1) heeft de vorm van een zuil, met daarop het gestileerde hoofd van een Mangbetu-vrouw, met gesloten ogen en lippen in een uitdrukking die vrij duidelijk blijk geeft van passiviteit en aanvaarding. De Mangbetu werden een terugkerend motief in de Belgische koloniale beeldvorming nadat hun langgerekte, omwikkelde hoofden breed geëxotiseerd en verspreid werden in koloniale fotografie en propaganda [Abrassart et al., 2022: 100-101]. De sculptuur omvat verder een hand die een vergulde bronzen Congoster vasthoudt. De zuil draagt bovenaan de inscriptie “Ixelles à ses pionniers coloniaux”, met daaronder de namen van 32 Elsenaren betrokken bij de kolonisatie van Congo, afgewisseld met gegraveerde motieven geassocieerd met de kolonie (Figuur 2). Ondanks de stereotiepe voorstelling is dit wel de enige monumentale beeltenis van een zwarte vrouw in de Brusselse openbare ruimte Brussel [Abrassart et al., 2022: 101].

Figuur 2. Koloniale symbolen van het Monument voor de koloniale pioniers in Elsene

Figuur 2. Koloniale symbolen van het Monument voor de koloniale pioniers in Elsene

Bron: Collage gemaakt door de auteur; © urban.brussels, 2022 (collections.patrimoine.brussels)

3.2. De ruimtelijke productie van onzichtbaarheid

17Monumenten en gedenktekens worden vaak geplaatst in de “restruimte” die nog overblijft na de aanleg van stadsdelen, of in gebieden met weinig commerciële waarde of ontwikkelingsdruk [Shanken, 2022]. Het gevolg is dat herinneringen aangebracht worden op plaatsen die zelden tot nooit ontworpen waren als gedenkplaats. Dat is ook het geval voor het Monument voor de koloniale pioniers in Elsene.

  • 1 Zie: URBAN.BRUSSELS, z.d. Monument voor de koloniale pioniers van de gemeente Elsene. In: Monument (...)

18Het staat op de Rode-Kruissquare in Elsene, die eind negentiende eeuw ontworpen werd om het verkeer te leiden tussen de Louizalaan, de Boondaalsesteenweg, het Heilig-Kruisplein en de voormalige Ter Kamerenabdij1. Met de plaatsing van het monument in 1933 werd de locatie omgevormd tot een symbolische gedenkplaats om – in de woorden van burgemeester Armand Huysmans – “hun namen te vereeuwigen, mocht men hun werk ooit laten tenietgaan. Op deze plek van groen en bloemen, zo geschikt voor reflectie, zullen we vaak aan hen terugdenken” [Stanard, 2019: 249]. Er werd dus een laag van herdenking gelegd boven op een ruimte voor verkeerscirculatie. Door het verval van koloniale herinneringen, veranderingen in verkeersstromen, afnemend groenbeheer en minimaal onderhoud door de jaren heen is de sculptuur moeilijk zichtbaar geworden, ondanks de ligging in een gebied met veel verkeer.

19Vandaag de dag krijgt het monument weinig aandacht en neemt het binnen de site op ruimtelijk vlak een marginale positie in. Tijdens waarnemingen ‘s namiddags in het weekend werden meer dan vijftig voetgangers per uur geregistreerd rond het plein, maar slechts twee of drie van hen passeerden rechtstreeks voorbij de sculptuur. De meeste voorbijgangers gebruiken het plein om zich tussen de vijvers van Elsene en het park van de abdij te verplaatsen, waarbij ze de ruimte geregeld als doorsteek gebruiken. De meeste respondenten zeiden dat ze het standbeeld nog nooit opgemerkt hadden, hoewel ze al eerder op deze plek geweest waren. Zij die het wel al opgemerkt hadden, beschreven het als “heel verborgen”. Wie het monument wel weet te vinden, kan de gravures moeilijk lezen door corrosie, verkleuring en weersinvloeden, wat de leesbaarheid van de koloniale boodschap beperkt.

Figuur 3. Voetgangerscirculatie en ruimtelijke barrières rond het Monument voor de koloniale pioniers in Elsene

Figuur 3. Voetgangerscirculatie en ruimtelijke barrières rond het Monument voor de koloniale pioniers in Elsene

Bron: © 24/06/2023 Google, gemaakt door de auteur

20Latere veranderingen in de ruimte sinds de plaatsing van het standbeeld hebben deze onzichtbaarheid versterkt. Sinds de toevoeging van een tweede zebrapad hoeven voetgangers helemaal niet meer in de buurt te komen van het monument bij hun verplaatsingen tussen de twee groene zones. Bovendien vormen struiken aan de kant van de abdij en hekken rond de vijvers subtiele barrières die de mensen eerder omleiden dan naar het standbeeld toe leiden (Figuur 3). Deze begroeiing en ruimtelijke indeling verhullen mee de aanwezigheid van het monument. Dichte struiken en volgroeide bomen belemmeren het zicht, en er is nog maar op enkele verspreide punten een gedeeltelijk zicht op het standbeeld (Figuur 4). Archiefbeelden suggereren dat de omgeving ten tijde van de inhuldiging meer open was, met minder beplanting en jongere bomen, waardoor het monument toen een prominenter visueel element was dan nu (Figuur 5).

Figuur 4. Uitzichtpunten en visuele obstructies bij het Monument voor de koloniale pioniers in Elsene

Figuur 4. Uitzichtpunten en visuele obstructies bij het Monument voor de koloniale pioniers in Elsene

Bron: © 24/06/2023 Google, foto’s genomen door de auteur (2025)

Figuur 5. Archieffoto van het Monument voor de koloniale pioniers in Elsene

Figuur 5. Archieffoto van het Monument voor de koloniale pioniers in Elsene

Bron: Belfius Bank Collectie-Académie royale de Belgique © ARB – urban.brussels

21Deze dynamiek kan geïnterpreteerd worden aan de hand van Lefebvres ruimtelijke triade [Lefebvre, 1991]. De oorspronkelijke inrichting van het plein, opgevat als een knooppunt binnen het bredere wegennet van de stad, gaf aanleiding tot een blijvende ruimtelijke praktijk via vaste routes waarlangs mensen de plek doorkruisten. De oprichting van het monument en het bijbehorende groen in 1933 voegde een nieuwe voorstelling van de ruimte toe, een extra laag die de plek aanwees als een plaats van herinnering en reflectie. Deze nieuwe voorstelling veranderde echter nooit de bijbehorende ruimtelijke praktijk. Bijgevolg werd de herdenkingsfunctie nooit opgenomen in hoe de ruimte daadwerkelijk beleefd wordt. Mettertijd keerde dit knooppunt, dat kortstondig geherdefinieerd werd als gedenkplaats, terug naar de oorspronkelijke functie als doorgang voor verkeersstromen. Dit wordt duidelijk uit de manier waarop mensen vandaag over het plein bewegen: ze maken vaak informele doorsteken rechtstreeks naar de vijvers of de abdij.

22Toekomstige ingrepen hebben dan ook weinig kans op slagen als er louter een nieuwe ruimtelijke representatielaag over het plein heen gelegd wordt – of het nu gaat om een gedenkplaat, een nieuw monument of nieuwe beplanting – zonder ook de ruimtelijke praktijk te veranderen die bepaalt hoe de plek in werkelijkheid gebruikt wordt. Een duurzame verschuiving van de gepercipieerde representatieve betekenis van de site kan pas gebeuren als de bewegingen veranderen, bijvoorbeeld door paden en verkeersstromen te verleggen om te komen tot één aaneengesloten groene corridor, in plaats van een restlapje grond tussen twee gebieden in. Zo niet is elke eventuele dekoloniserende ingreep hier het lot van het oorspronkelijke monument beschoren: onzichtbaar worden in het dagelijks leven.

3.3. Interpretatie van de koloniale laag

23In haar classificatie deelt de werkgroep dekolonisatie dit monument in als een “intentioneel koloniaal gedenkteken”, dat “slechts dient om een gebeurtenis of persoon [in dit geval de ‘pioniers van Elsene’] letterlijk en figuurlijk op een voetstuk te plaatsen” [Abrassart et al., 2022: 77]. Het monument draagt koloniale betekenis in zich op twee niveaus: (1) tekstueel, via de inscriptie “Ixelles à ses pionniers coloniaux” en de uitgehouwen namen van koloniale pioniers, en (2) visueel, via de stereotiepe voorstelling van een zwarte vrouw als exotisch en ondergeschikt, via de Congoster die zij in haar hand houdt, en via de uitgehouwen koloniale motieven.

24Toch konden de meeste respondenten de koloniale elementen van het monument niet identificeren, noch de koloniale betekenis ervan herkennen. Dit wijst erop dat het monument voor dit specifieke publiek onzichtbaar/niet-leesbaar is. Een deel van deze kloof valt toe te schrijven aan een gebrek aan koloniale geletterdheid, die nodig is om de symbolische betekenis te ontcijferen. De ruimtelijke context bemoeilijkt echter het ontcijferen, zelfs wanneer die geletterdheid wel aanwezig is. De ruimtelijke logica, gestructureerd rond snel doorstromen, in combinatie met het materiële verval van het monument, waardoor verschillende uitgehouwen details nauwelijks nog leesbaar zijn, maakt dat weinig mensen lang genoeg in de buurt komen om de betekenis van het monument af te lezen.

25Meermaals werd het monument gelezen als viering van een zwarte vrouw en, bij uitbreiding, als progressief. Deze respondenten noemden vaak het hoofd van de vrouw als datgene wat hun blik het eerst trok, terwijl anderen wezen op de ster, de kleine symbolen of het woord “pioniers”, zonder die te herkennen als koloniale verwijzingen. Deze respondenten konden de elementen die het monument koloniaal maken dus wel visueel lokaliseren, maar niet als dusdanig ontcijferen. Iedereen die het monument op deze manier las, uitte ook uitgesproken progressieve en dekoloniserende opvattingen en steunde meer inclusie van vrouwen en zwarte burgers in de openbare ruimte. Omdat ze echter over onvoldoende verdere context beschikten en het monument niet nauwkeurig onderzochten, leken ze hun eigen overtuigingen te projecteren op hun interpretatie van de koloniale symbolen. Opmerkelijk is dat deze lezing uitsluitend voorkwam bij mannelijke respondenten, wat kan wijzen op genderongelijkheid in het herkennen van stereotiepe voorstellingen van vrouwelijkheid; slechts één van deze mannen herkende de voorstelling als stereotiep.

26Naast deze verkeerde interpretaties identificeerde een klein aantal respondenten de plek correct als een monument ter ere van koloniale pioniers, en één respondent stelde voorzichtig dat het “misschien kolonialistisch” was, naar eigen zeggen omdat “elk monument in België over kolonialisme gaat”, waarbij de afbeelding van een zwarte vrouw als mogelijke aanwijzing gezien werd. De overige geïnterviewden konden niet zeggen wat het monument eigenlijk herdenkt. Verschillende respondenten waren op de hoogte van debatten over de dekolonisatie van de openbare ruimte en de betwisting van koloniaal erfgoed in Brussel; sommigen noemden daarbij het standbeeld van Leopold II op het Troonplein als voorbeeld. Toch vertaalde deze kennis van de rol van Leopold II als kolonisator en van het bredere Brusselse debat zich niet noodzakelijk in een vlotte ontcijfering van de koloniale beeldtaal gebruikt in het Monument voor de pioniers. Dit wijst op de nood aan koloniale geletterdheid die verder reikt dan zeer herkenbare figuren zoals Leopold II en daarnaast ook de kleinere, vaak over het hoofd geziene elementen omvat die al even cruciaal zijn voor een betekenisvolle dekolonisatie van de openbare ruimte.

  • 2 Zie: URBAN.BRUSSELS, z.d. De grote Opening (gedemonteerd). In: Monument Heritage Brussels [online]. (...)

27Als gewone mensen een plek als het Monument voor de pioniers niet als kolonialistisch kunnen herkennen, beperkt dat hun vermogen om deel te nemen aan debatten rond dekolonisatie. Doeltreffende dekoloniserende ingrepen vereisen daarom meer dan de eerder besproken veranderingen in ruimtelijke verhoudingen en gebruikspatronen: we moeten ook een vorm van koloniale geletterdheid stimuleren in de dagelijkse ruimte. Dat werd geprobeerd via de scenografische ingreep van urban.brussels van maart 2024 tot maart 2025, toen het Monument voor de Belgische pioniers in Congo in het Jubelpark in context geplaatst werd2. De vraag blijft of het volstaat om louter meer context te bieden, zonder ook in te werken op hoe mensen zich rond een monument bewegen en ermee in contact komen, om blijvende koloniale geletterdheid te bevorderen en mensen die niet vertrouwd zijn met het debat erbij te betrekken.

3.4. Voorgestelde interventies

28Respondenten die het monument aanvankelijk opgevat hadden als een eerbetoon aan zwarte vrouwen, beschreven de impact ervan op hun dagelijks leven als positief, waarbij hun positieve gevoelens voortkwamen uit deze foutieve interpretatie en uit een breder verlangen naar meer vertegenwoordiging in de openbare ruimte. Respondenten die tijdens het interview geïnformeerd werden over de koloniale betekenis van het monument beschreven de impact vervolgens als negatief. Ze uitten gevoelens van schuld of verdriet, noemden het beeld “triest” of “verkeerd” en vonden het verontrustend dat er in de openbare ruimte nog altijd monumenten ter ere van kolonisten bestaan. Daarnaast waren er ook respondenten die meldden dat het monument helemaal geen impact had op hen, zelfs nadat ze geïnformeerd werden over de koloniale betekenis. Dit wijst erop dat de koloniale dimensie van deze plek weinig tot geen effect heeft op hun dagelijkse routines of hun ruimtelijke beleving. Deze verschillende meningen werden vooral ingegeven door wat de respondenten tijdens het interview geloofden of vernamen, en niet door een langdurige relatie met deze plaats, wat wijst op een zwakke band tussen de ruimtelijke praktijk en de koloniale laag van deze locatie.

29Opmerkelijk is dat de mensen die een invloed voelden van het monument aangaven dat ze het nog nooit eerder opgemerkt hadden. Bijgevolg kon hun reactie niet het gevolg zijn van een duurzame relatie met het standbeeld, bijvoorbeeld door het herhaaldelijk te zien tijdens dagelijkse verplaatsingen, waarbij het dan een constante herinnering aan het koloniale verleden zou zijn. Hun reactie komt voort uit algemene ideeën over kolonialisme en het verlangen naar meer vertegenwoordiging in de openbare ruimte, opgeroepen door dit eerste contact.

30Het gepercipieerde effect, of het uitblijven ervan, was bepalend voor de voorstellen die de respondenten deden voor mogelijke ingrepen. Vaesen et al. [2024] identificeerden zes gebruikelijke strategieën om met controversiële koloniale gedenktekens om te gaan: de status quo handhaven, contextualiseren, herinterpreteren, verplaatsen, neutraliseren en verwijderen.

31De geïnterviewden hadden ter plaatse een duidelijke voorkeur voor contextualisering. Doorgaans stelden ze voor om een discreet verklarend bordje toe te voegen ter verduidelijking van de koloniale context. Deze voorkeur voor een kleinschalige interventie werd vaak duidelijk uit het gebruik van het woord “klein”, maar ook uit de handgebaren waarmee men de beoogde omvang en plaatsing aangaf. Meestal werd gewezen naar een plek nabij de voet en het onderste deel van de zuil, eerder dan naar een zichtbaarder of vrijstaand punt. Eén respondent had specifiek oog voor toegankelijkheid en raadde een drietalig bordje aan (Frans, Nederlands en Engels). Voorstanders van dit type ingreep hadden het monument eerder al opgemerkt, maar meldden dat ze zich er niet door beïnvloed voelden in het dagelijks leven. Dat kan verklaren waarom ze kozen voor kleine, niet-invasieve ingrepen. Hoewel contextualisering kan helpen om de koloniale laag van het standbeeld uit te leggen aan mensen die de betekenis ervan niet op eigen kracht kunnen aflezen, zullen minimale toevoegingen niet veranderen hoe mensen het plein doorkruisen of gebruiken, en is de kans dan ook klein dat ze duurzame reflectie uitlokken. Op een plek die velen sowieso al links laten liggen, kunnen ze zelfs volstrekt onopgemerkt blijven.

32Het tweede meest voorkomende standpunt was niets doen, en het standbeeld en de site dus onaangeroerd laten. Onder deze respondenten waren er enkelen die het monument verkeerd interpreteerden en de aanwezigheid ervan in hun dagelijkse omgeving positief inschatten. Dit illustreert hoe steun voor het behoud van koloniale symbolen kan voortkomen uit een verkeerde lezing, zelfs als mensen moreel gekant zijn tegen kolonialisme en voorstander zijn van een ruimere vertegenwoordiging.

33In een ander, gerelateerd voorstel wilde een respondent het monument zelf onaangetast laten, maar de omgeving veranderen. Het frustreerde hem dat het standbeeld door woekerende beplanting moeilijk te zien was. Daarom stelde hij voor om bomen te snoeien of het gebied opnieuw in te richten voor een betere zichtbaarheid. Hij nam aan dat het monument zwarte vrouwen eerde, en wilde dus de zichtbaarheid vergroten om deze vertegenwoordiging in de verf te zetten. Hij was bovendien de enige geïnterviewde die expliciet de ruimtelijke context noemde als een obstakel en die voorstelde om de omgeving onder handen te nemen. De voorstellen van de andere respondenten hielden geen rekening met de ruimtelijke indeling van het plein en hoe die hun voorgestelde ingrepen zou kunnen ondermijnen.

34Een minder gangbaar voorstel was volledige verwijdering en vervanging van het monument door een gedenkteken ter ere van de slachtoffers van het kolonialisme. Dit voorstel sluit aan bij aanbevelingen van de werkgroep dekolonisatie, zoals het ontwikkelen van een algemeen gedenkteken voor koloniale slachtoffers en, meer specifiek voor deze locatie, het vervangen van het huidige monument door een monument dat zwarte vrouwen uit de diaspora eert [Abrassart et al., 2022:]. Een dergelijke verandering zou het symbolische register van deze plek ingrijpend verschuiven, namelijk van de verheerlijking van de kolonisator naar de herdenking van mensen die geleden hebben onder het koloniale bewind. Maar zoals eerder betoogd is zo’n symbolische verschuiving op zich wellicht onvoldoende.

35In een laatste standpunt ging men liever niet in op de vraag of een ingreep nodig is, uit de overtuiging dat deze beslissing toekomt aan mensen die zelf rechtstreeks negatief getroffen zijn door het Belgische kolonialisme. Dit brengt echter het risico met zich mee dat de kring van legitieme deelnemers aan het debat ingeperkt wordt. Een doeltreffende dekolonisatie van de openbare ruimte betrekt juist een breed publiek bij de gezamenlijke uitwerking van oplossingen, of op zijn minst bij de versterking van de eisen van getroffen gemeenschappen.

4. Besluit en bespreking

36Vanuit de overtuiging dat de dekolonisatie van de openbare ruimte een breed publiek moet bereiken en betrekken om echt doeltreffend te zijn, toont deze studie van het Monument voor de koloniale pioniers aan dat ruimtelijke overwegingen centraal moeten staan bij het uitwerken van ingrepen rond koloniaal erfgoed. De verhouding tussen voorbijgangers en koloniaal erfgoed is fundamenteel ruimtelijk, en kan bijgevolg niet uitsluitend door symbolische maatregelen bijgestuurd worden.

37De huidige ruimtelijke indeling van het plein, de staat van verval van het monument en de geleidelijke vervaging van koloniale symbolen in het collectieve geheugen maken dat dit monument uit het dagelijks leven gewist wordt. Het verval lijkt niet bedoeld, maar kan functioneren als een passieve strategie van vergeten, waardoor moeilijke passages in de geschiedenis uit het zicht kunnen verdwijnen zonder dat expliciete verwijdering nodig is [Wilson, 2015]. Het rapport van de werkgroep zelf beveelt aan om beplanting te gebruiken om monumentaliteit symbolisch tegen te werken [Abrassart et al., 2022]. In dit geval onttrekt de begroeiing het monument echter aan het zicht, en samen met het materiële verval doet deze verwaarlozing zelf in feite het “vergeetwerk”.

38Vaesen et al. [2024] bespreken een argument tegen vernietiging dat voorstelt om koloniale monumenten te verplaatsen naar musea, waar ze voorzien kunnen worden van context. Hierbij wordt benadrukt dat musea op enkele belangrijke punten verschillen van de openbare ruimte: de toegang is niet altijd gratis en bezoekers zijn doorgaans minder divers, maar ze zijn wel eerder geneigd om tijd te besteden aan reflectie. Daarentegen worden monumenten in de openbare ruimte vaak verdedigd op grond van het feit dat ze vrij toegankelijk zijn en door een diverser publiek gezien worden. Mijn bevindingen suggereren echter dat de voorbijgangers in dit specifieke geval weinig divers zijn en extreem weinig betrokken zijn bij de koloniale laag, als die al opgemerkt wordt. Dit monument simpelweg behouden, zal dan ook niet resulteren in betekenisvol contact of reflectie over koloniaal erfgoed.

39Bovendien blijkt uit de bevindingen dat we de mensen niet alleen moeten vragen wat er met monumenten zou moeten gebeuren, maar ook om stil te staan bij hun gebruik van de omliggende ruimte. De meeste geïnterviewden gebruikten het plein als doorsteek van punt a naar b en voelden zich niet beïnvloed door het monument. Dit verklaart deels waarom hun voorstellen kleinschalig en symbolisch bleven, los van hun eigen ruimtelijke gedrag. Verandering kan uitgedrukt worden in termen van ruimtelijke verhoudingen door te vragen hoe we kunnen inwerken op bewegingsstromen, zichtbaarheid en kansen om even letterlijk en figuurlijk stil te staan bij het onderwerp. In navolging van Lefebvre kan ruimtelijke transformatie, die wijzigt hoe mensen zich tot een locatie verhouden en erdoorheen bewegen, tot betekenisvollere verandering leiden dan louter symbolische gebaren die alleen de representatieve ruimte aanpakken. Zoals Hattori [2023] aantoont in haar onderzoek in São Paulo, maken transformatieve strategieën die de ruimte zelf veranderen veel meer kans om kritisch geheugen en sociale rechtvaardigheid te activeren dan enkel het toevoegen van bordjes met tekst.

40Het kan daarom ook nuttig zijn om dekolonisatie stap voor stap te beschouwen. Een eerste stap bestaat erin om koloniale symbolen in de dagelijkse ruimte leesbaar te maken, bijvoorbeeld door context toe te voegen. Een volgende stap is de ruimtelijke indeling veranderen om niet alleen de zichtbaarheid te vergroten, maar ook de kans om ermee in aanraking te komen. Pas als de symbolen herkend worden en deel gaan uitmaken van de plattegrond van de stad die mensen in hun hoofd hebben, wordt het mogelijk om een breder debat te voeren over wat er met die symbolen moet gebeuren en hoe de ruimte zelf getransformeerd kan worden.

41Om een blijvende impact te hebben, moet de ruimte opnieuw geconfigureerd worden om herdenking actief te ondersteunen. In het geval van het Monument voor de pioniers kunnen paden omgeleid worden, zodat voetgangers er vanzelf passeren, en kunnen plekken voor kritische reflectie toegevoegd worden. Zonder dergelijke veranderingen loopt elke ingreep, of het nu een bordje met context of een heus “tegenmonument” is, het risico om mettertijd naar de achtergrond te verschuiven, waarbij de boodschap verdrinkt in de stroom van het dagelijks leven. Tot slot hebben we in dit artikel betoogd dat debatten over de dekolonisatie van de openbare ruimte onvolledig blijven als ze de gemiddelde mens niet betrekken en niet in rekening brengen hoe locaties in het dagelijks leven georganiseerd en beleefd worden.

Mijn dank gaat uit naar Matthijs Degraeve, de promotor van de scriptie waarop dit artikel gebaseerd is, Gisèle Gantois voor haar inbreng, de redactie voor de ondersteuning tijdens het schrijfproces en de deelnemers voor hun tijd.

Haut de page

Bibliographie

ABRASSART, Gia, CATHERINE, Lucas, CEUPPENS, Bambi, CHEVALIER, Alexandre, COLARD, Sandrine, DE CLIPPELE, Marie-Sophie, DIBUA MBOMBO, Georgine, EKOFO, Sandrine, LAKAMA, Dieudoné, LIEFOOGHE, Maarten, LUYCKFASSEEL, Margot, NSENGIYUMVA, Laura, YSEBAERT, Salomé en ZIAN, Yasmina, 2022. Decolonising Public Spaces in the Brussels-Capital Region: A framework for reflection and recommendations. Report of the working group. Brussel: urban.brussels.

BRUYNDONCKX, Celine, 2020. Standbeeld pater De Deken in Wilrijk beklad met rode verf: “Daders krijgen de rekening van de herstelling”. In: VRT nws [online]. 29/06/2020. [Geraadpleegd op 17/08/2026]. Beschikbaar op: https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2020/06/29/standbeeld-pater-de-deken-in-wilrijk-beklad-met-rode-verf-dader/

COLE, Tim, 2023. After the fall, where?: Relocating the Colston statue in Bristol, from 2020 to imaginary futures. In: Journal of Historical Geography. 10/2023. Vol. 82, pp. 156-168. Beschikbaar op: https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S030574882300021X?via%3Dihub. DOI: 10.1016/j.jhg.2023.03.001

DUHENNOIS, Doris, 2025. Care Makes the Fragments Stronger: Navigating Affects in Colonial Memoryscapes. In: Agoriad: A Journal of Spatial Theory. 2/11/2025. Vol. 2, nr. 1, pp. 1-25. Beschikbaar op: https://agoriad.cardiffuniversitypress.org/articles/10.18573/agoriad.18. DOI: 10.18573/agoriad.18

GODDEERIS, Idesbald, 2015. Colonial Streets and Statues: Postcolonial Belgium in the Public Space. In: Postcolonial Studies. 2015. Vol. 18, nr. 4, pp. 397-409. Beschikbaar op: https://www.tandfonline.com/doi/full/10.1080/13688790.2015.1191986#d1e91. DOI: 10.1080/13688790.2015.1191986

GODDEERIS, Idesbald, 2025. Leopold II, Kimpa Vita and the Local Decolonisation of the Belgian Public Space. In: Journal of Modern European History. 12/02/2025. Vol. 23, nr. 3, pp. 309-325. Beschikbaar op: https://www.cambridge.org/core/journals/journal-of-african-history/article/historical-scholarship-and-the-public-square-the-belgian-commission-on-colonialism-through-the-lens-of-wiriyamu/727960A43E12DBAC8647EB87E3643113. DOI: 10.1177/16118944251348781

HALBWACHS, Maurice, 1992. On Collective Memory. Chicago: University of Chicago Press.

HARRISON, Rodney, 2012. Heritage: Critical Approaches. Londen: Routledge.

HATTORI, Márcia Lika, 2023. Traumatic heritage: politics of visibility and the standardisation of plaques and memorials in the city of São Paulo, Brazil. In: RODNEY Harrison, DIAS, Nélia en KRISTIANSEN, Kristian (eds.), Critical heritage studies and the futures of Europe. Londen: UCL Press. Pp. 309-327.

JACOBS, Thibault, 2018. Empreintes du Congo belge dans l’espace public bruxellois. In: Bruxelles en mouvement. 02/2021. Vol. 297, pp. 13-16. Beschikbaar op: https://www.ieb.be/Empreintes-du-Congo-belge-dans-l-espace-public-bruxellois

KELLY, Louis-Thomas en BOOMGAARD, Jeroen, 2025. Still present, no longer perceived: Monuments on, and off. In: Public Art Dialogue. 2026. Vol. 16, nr. 1, pp. 74-95. Beschikbaar op: https://www.tandfonline.com/doi/full/10.1080/21502552.2025.2569116. DOI: 10.1080/21502552.2025.2569116

LEFEBVRE, Henri, 1991. The Production of Space. Oxford: Blackwell.

LEU, Oliver, 2020. Leopold's Legacy. Breda: The Eriskay Connection.

MACDONALD, Sharon, 2008. Negotiating Difficult Heritage: Introduction. In: MACDONALD, Sharon (ed.), Difficult Heritage: Negotiating the Nazi Past in Nuremberg and Beyond. Londen: Routledge. Pp. 1-25.

RANNARD, Georgina en WEBSTER, Eve, 2020. Leopold II: Belgium 'wakes up' to its bloody colonial past. In: BBC News [Online]. 12/06/2020. [Geraadpleegd op 17/08/2026]. Beschikbaar op: https://www.bbc.com/news/world-europe-53017188

ROUED-CUNLIFFE, Henriette en COPELAND, Andrea, 2017. Introduction: What Is Participatory Heritage? In: ROUED-CUNLIFFE, Henriette en COPELAND, Andrea (ed.), Participatory Heritage. Londen: Facet. Pp. v-xxii.

SHANKEN, Andrew M., 2022. The Everyday Life of Memorials. New York: Zone Books.

SMITH, Laurajane, 2006. Uses of heritage. Londen en New York: Routledge.

STANARD, Matthew G., 2019. The Leopard, the lion and the cock: colonial memories and monuments in Belgium. Leuven: Leuven University Press.

TUNBRIDGE, John E. en ASHWORTH, Gregory John, 1995. Dissonant Heritage: The Management of the Past as a Resource in Conflict. New York: John Wiley.

URBAN.BRUSSELS, 2023. Towards the Decolonization of Public Space in the Brussels-Capital Region. Action Plan. Brussel: urban.brussels.

VAESEN, Joost, JAUMAIN, Serge, DEGRYSE, Iadine, JACOBS, Dirk en WAYENS, Benjamin, 2024. Van QR-code tot verwijdering. Debat over de symbolen van een omstreden verleden in de Brusselse openbare ruimte. Vertaald door Annelies VERBIEST. In: Brussels Studies. 3/11/2024. Nr. 197. Beschikbaar op: https://journals.openedition.org/brussels/7980. DOI: 10.4000/12lwu.

VERBEECK, Georgi, 2020. Legacies of an imperial past in a small nation. Patterns of postcolonialism in Belgium. In: European Politics and Society. 2020. Vol. 21, nr. 3, pp. 292-306. Beschikbaar op: https://www.tandfonline.com/doi/full/10.1080/23745118.2019.1645422. DOI: 0.1080/23745118.2019.1645422.

VERSTUYFT, An, 2022. Protest in Mechelen tegen verwijzingen naar kolonisatie van Congo: straat krijgt andere naam en beeld extra uitleg. In: VRT nws [online]. 15/06/2022. [Geraadpleegd op 17/08/2026]. Beschikbaar op: https://www.vrt.be/vrtnws/nl/2022/06/15/mechelen-verandert-straatnaam-en-verhuist-beeld/

WILSON, Paul, 2015. Monumental Indifference in Tallinn. In: Public Art Dialogue. 24/11/2015. Vol. 5, nr. 2, pp. 170-190. Beschikbaar op: https://www.tandfonline.com/doi/full/10.1080/21502552.2015.1066581. DOI: 10.1080/21502552.2015.1066581.

WUIDART, Pierre, 2021. Mons: "Au lieu de déboulonner la statue de Léopold II, déconstruisons l'histoire coloniale". In: RTBF Actus [online]. 7/05/2021. [Geraadpleegd op 17/08/2026]. Beschikbaar op: https://www.rtbf.be/article/mons-au-lieu-de-deboulonner-la-statue-de-leopold-ii-deconstruisons-l-histoire-coloniale-10756944

ZIAN, Yasmina, 2026. La décolonisation de l’espace public en Région bruxelloise : politiques, administrations et activistes. In: Degryse, Iadine, Wayens, Benjamin, Kesteloot, Chantal, De Vriese, Dennis en Degraeve, Matthijs (eds.). Les noms de lieux à Bruxelles. Enjeux passés et présents. Brussel: Éditions de l’Université de Bruxelles. Pp. 275-290.

Haut de page

Notes

1 Zie: URBAN.BRUSSELS, z.d. Monument voor de koloniale pioniers van de gemeente Elsene. In: Monument Heritage Brussels [online]. z.d. [Geraadpleegd op 10/08/2026]. Beschikbaar op: https://collections.heritage.brussels/nl/objects/44739; URBAN.BRUSSELS, z.d. Rode-Kruissquare. In: Monument Heritage Brussels [online]. z.d. [Geraadpleegd op 10/08/2026]. Beschikbaar op: https://monument.heritage.brussels/nl/0/Square_de_la_Croix_Rouge/10500840

2 Zie: URBAN.BRUSSELS, z.d. De grote Opening (gedemonteerd). In: Monument Heritage Brussels [online]. z.d. [Geraadpleegd op 10/08/2026]. Beschikbaar op: https://collections.heritage.brussels/nl/objects/98614

Haut de page

Table des illustrations

Titre Figuur 1. Marcel Rau (beeldhouwer) en Alphonse Boelens (architect), 1933. Monument voor de koloniale pioniers, Elsene
Crédits Bron: Foto genomen door de auteur (2024)
URL http://journals.openedition.org/brussels/docannexe/image/9644/img-1.png
Fichier image/png, 1,6M
Titre Figuur 2. Koloniale symbolen van het Monument voor de koloniale pioniers in Elsene
Crédits Bron: Collage gemaakt door de auteur; © urban.brussels, 2022 (collections.patrimoine.brussels)
URL http://journals.openedition.org/brussels/docannexe/image/9644/img-2.png
Fichier image/png, 1,9M
Titre Figuur 3. Voetgangerscirculatie en ruimtelijke barrières rond het Monument voor de koloniale pioniers in Elsene
Crédits Bron: © 24/06/2023 Google, gemaakt door de auteur
URL http://journals.openedition.org/brussels/docannexe/image/9644/img-3.png
Fichier image/png, 521k
Titre Figuur 4. Uitzichtpunten en visuele obstructies bij het Monument voor de koloniale pioniers in Elsene
Crédits Bron: © 24/06/2023 Google, foto’s genomen door de auteur (2025)
URL http://journals.openedition.org/brussels/docannexe/image/9644/img-4.png
Fichier image/png, 2,0M
Titre Figuur 5. Archieffoto van het Monument voor de koloniale pioniers in Elsene
Crédits Bron: Belfius Bank Collectie-Académie royale de Belgique © ARB – urban.brussels
URL http://journals.openedition.org/brussels/docannexe/image/9644/img-5.jpg
Fichier image/jpeg, 468k
Haut de page

Pour citer cet article

Référence électronique

Camila Vanacor Lima, « Ruimte en dagelijks leven rond koloniaal erfgoed: het Monument voor de koloniale pioniers in Elsene », Brussels Studies [En ligne], Collection générale, document 220, mis en ligne le 23 septembre 2026, consulté le 07 octobre 2026. URL : http://journals.openedition.org/brussels/9644 ; DOI : https://doi.org/10.4000/16tvd

Haut de page

Auteur

Camila Vanacor Lima

Camila Vanacor Lima is doctoraatsonderzoeker aan het Collaborative Research Centre 1265 “Re-Figuration of Spaces” van de TU Berlin. In het kader van haar masterproef bestudeerde ze hoe mensen in het dagelijks leven in Brussel in aanraking komen met koloniaal erfgoed en hoe ze dat interpreteren. De resultaten van dit onderzoek presenteerde ze tijdens het AHRA PhD Symposium on Spatial Justice in 2025.


vanacor.lima[at]tu-berlin.de

Haut de page

Droits d’auteur

CC-BY-4.0

Le texte seul est utilisable sous licence CC BY 4.0. Les autres éléments (illustrations, fichiers annexes importés) sont susceptibles d’être soumis à des autorisations d’usage spécifiques.

Haut de page
Rechercher dans OpenEdition Search

Vous allez être redirigé vers OpenEdition Search